Rouwen? Het mag!

Wat is het een opluchting om te mogen rouwen. Om mijn gevoelens niet te hoeven wegduwen, maar bij me te openbaren als een onderdeel van mijzelf. Een meesterlijk gevoel van vrijheid en berusting overspoelt me. Ik heb me in maanden niet zo geweldig gevoeld!

In een eerdere blog sprak ik al over levend verlies. Over het feit dat ik rouw voelde, maar dat nergens echt kon bespreken. Dat het lastig is voor de mensen om mee heen, die toch vaak geen raad weten met deze gevoelens en mij het liefste willen oppeppen. Toch is het voor mij als persoon van wezenlijk belang om het rouwen te mogen voelen, te kunnen delen met dierbaren en er openlijk verdrietig om te mogen zijn. Zo leer ik om te gaan met het levende verlies en zal ik steeds minder last ervan hebben.

Door alles wat er afgelopen jaren gebeurde in mijn gezin, is het niet makkelijk om aan jezelf toe te komen. Zeker omdat de stabiliteit van de zorgomgeving niet altijd te garanderen is. Zo staan er al maanden allerlei veranderingen op stapel, waar ik behoorlijk veel last van heb. Het verstoort mijn ritme, waardoor momenten om aan mezelf te sleutelen steeds verdwijnen. Toch zorgen de veranderingen ook voor ruimte, waardoor ik zomaar ineens aan de tafel plaats kon nemen naast mijn vaste maatschappelijk werkster. Een steunpunt, waar ik mee kan sparren als het over de kinderen gaat, maar evenzoveel als het om mij als moeder en Sandarijn gaat. En dat voelt als een open deur, waardoor het sleutelen voor even wat makkelijk gaat.

Maar hoe graag ik ook open wil staan voor alle gevoelens, die bij me boven komen drijven, de uitdagingen in mijn gezin putten me geregeld uit. De zorg kent veel verschuivingen en door een strenger beleid, is de bureaucratische papierwinkel steevast een onderdeel, waar ik als moeder onze ziel en zaligheid in mag verwoorden. Geen leuk werkje, kan ik je garanderen en behoorlijk confronterend. Echter, de volgende aanpassing staat alweer te popelen om in ons gezin binnen te dringen, waardoor het voor mij lastig is echt stil te staan bij de gevoelens van rouw. Dus hoe graag ik het zelf ook wil, de wereld van de zorg kent een overdaad aan sprintmomenten. Elke dag opnieuw, in meer en mindere mate.

Hoe fijn is het dan om soms even op adem te komen bij een professional die haarfijn aanvoelt wat ik als moeder en als Sandarijn nodig heb. Die mij een spiegel voorhoudt als ik de antwoorden niet vind, die ik graag wil hebben op mijn vragen. Vragen die tijdens elk kruispunt in ons leven gelijk staan aan confrontaties, verwerkingen, rouw en nieuwe ingangswegen. Vragen die me leiden naar andere steunpunten, maar ook naar verliespunten, bij mijn gezin en bij mijzelf.

Want ook verlies bij mijzelf is aan de orde als ik het heb over rouw. Vanaf de geboorte van mijn kinderen hebben zowel Paul als ik pogingen ondernomen om ons gezin zo normaal mogelijk op te voeden. Echter, we hadden te maken met een heel regiment aan hulpverleners. Mensen die vanuit hun professie absoluut wilden meedenken, maar vaak niet konden samenwerken. Naast dit en alle wettelijke regelingen en de stugheid van de maatschappij (sorry) kregen we amper tijd om trots te mogen zijn op onze kinderen. Het verweven worden met de medische zoektocht zorgde voor een regelrecht kader van stempeltjes, voor de kinderen, maar ook voor ons.  Het syndroom was zo zeldzaam dat we al snel een gezin werden, waar de wetenschap van zou smullen. Daar stak ik dus vlug een stokje voor: tenslotte hebben mijn kinderen een syndroom, maar zijn ze het niet!

Het kwaad geschiedde gedurende de eerste jaren, waarin het hele proces van mogelijkheden en onmogelijkheden in kaart werd gebracht. Het zorgde voor veel verwarring. Er was zoveel onduidelijk, dat we wekelijks aanschoven bij een professional. Godzijdank is het tegenwoordig een stuk duidelijker. Door alle gesprekken raakte ik mijn identiteit als Sandarijn kwijt. De medische zoektocht kostte mij mijn baan en verbond me tot in het diepst van mijn ziel met het syndroom. Ik was moeder van drie zorgkinderen en zo werd ik vervolgens ook alleen maar gezien. Overigens is het zelfs anno 2019 moeilijk om niet te blijven hangen in de interesse alleen voor de kinderen. Zuchtend probeer ik de omgeving ook te overtuigen van mijn zijn. Ook hier is duidelijk sprake van rouw.

Na jaren onder een vergrootglas te hebben gelegen, kwam er rust in onze situatie. Relatieve rust, want de zorg is er nog steeds, al verschuiven de vragen en onduidelijkheden zich naar een meer volwassen gebied. Door de jaren ben ik gaan wennen aan elk nieuw gezicht, aan de vele nieuwe regelingen en de wegen vol zand, waar we maar moeizaam op vooruit kwamen. Dat we nog steeds te pas en te onpas het blik aan medische feiten en ontwikkelingen moeten opentrekken, zal horen bij de verstrenging van het bureaucratische beleid en bij het feit dat professionals nou eenmaal graag van baan veranderen. Daarnaast zijn onze kinderen geen jonge kinderen meer, maar stevig op weg naar volwassenheid.

De rust, die over me heen kwam, zorgde wel voor meer ruimte. Ruimte om op zoek te gaan naar mijzelf. Naar Sandarijn, die meer te bieden heeft dan alleen het moederschap. Die prat gaat op rouwverwerking, zelfcompassie en het verwerven van diepgang en inzichten om ook het leven van Sandarijn inhoud te geven. En hoe luchtig ik ook kan vertellen over onze hele situatie, het is vaak niet zo makkelijk als het lijkt. Zonder de stabiliteit van ons kaartenhuis, zou mijn leven een groot chaotisch tafereel zijn. Om alle touwtjes in handen te kunnen houden, heb ik behoorlijk wat spierkracht voor ontwikkeld.

Het gevoel dat er ergens diep van binnen rouw aanwezig is, werd me snel duidelijk. Echter, ik had blijkbaar iemand nodig die precies de vinger op de zere plek wist te benoemen. En dat gebeurde dus gister. Na zoveel jaar kon ik eindelijk de erkenning voelen, waar ik op zoek naar was. Rouwen, het mag er dus gewoon zijn.

Vol opluchting huppelde ik de hal uit naar mijn auto. De woorden uit het gesprek in mijn rugzak. Ze geven me weer nieuwe ruimte om een laatje in mezelf te mogen openen. Waar gevoelens van rouw en verdriet klaarliggen om te delen. Om mee te nemen op mijn levenspad en om te groeien naar een nieuwe dimensie. Rouwen. Hoera! Het mag.

 

 

18 kaarsjes op de taart

Oudste wordt morgen 18 jaar. Ik kan niet ontkennen dat ik trots ben op de mooie en enthousiaste jonge vrouw die ze door de jaren heen is geworden. En toch…

Het is nooit heel makkelijk geweest. Wat heeft ze door de jaren heen al veel uitdagingen onder ogen moeten en mogen zien en wat heeft ze -vooral afgelopen maanden op het Mbo- kilometers gemaakt. Ik ben met oprecht een moeder, die veel vertrouwen heeft (gekregen) in de kracht die oudste uitstraalt.  En toch…wederom is haar verjaardag zo’n moment waarop ik de confrontatie los moet laten, om me niet te verliezen in een bepaald gemis. Ondanks de enorme groei en inzet van mogelijkheden, is er bij mij op dit soort momenten sprake van levend verlies.

Levend verlies is misschien een te groot woord. En alhoewel er wel degelijk sprake is van “verlies”, rouwde ik in het begin vooral om alle gedachten, die ik in mezelf liet groeien. Om de vergelijkingen en vragen over zoveel onduidelijkheden. Oudste was overigens een heel onbezorgd en blij kind. Na een fikse worsteling met mijn eigen verdriet, wist ik de rouw uiteindelijk een plekje in mijn hart te geven. Samen met Paul leerden we te overleven in onze eigen wereld vol zorg. Tenslotte hadden we daar simpelweg veel mee te maken. De rouw heeft overigens niks met de liefde voor de kinderen te maken. Het gaat om zoveel meer: om een wereld waarin “anders” zijn nog altijd als iets engs of zelfs als zielig wordt bestempeld. Om het gevecht van bureaucratisch strijden en smeken op je knieën om kinderen met andere mogelijkheden ook als vol aan te zien. Om het steeds maar weer moeten uitleggen, waarom bewindvoering, begeleid wonen en een vakantie met begeleiding net iets beter aansluit bij de sociaal-emotionele ontwikkeling en niks te maken heeft met reguliere kalenderjaren. En hoe graag we dat ook voor onze kinderen zouden willen, voor nu zijn we heel tevreden met alle ontwikkelingen en aansluitingen die we voor onze ogen zien gebeuren.

Bij levend verlies neem je geen afscheid. Het verdriet raakt op de achtergrond. Zolang ik met Paul en de kinderen onze uitdagingen aan kunnen gaan en geen heftige confrontaties tegenkomen, ben ik een gelukkig mens. Echter, bepaalde gebeurtenissen komen terug en confronteren in alle hevigheid. En dat doet pijn. Ja, ik kan er niks mooiers van maken. Verwachtingen die we al jaren geleden los hebben moeten laten, zie ik op verjaardagen, speciale feestdagen en tijdens uitjes met onze vriendengroep uitvergroot terugkomen. Tenslotte is de entourage van de reguliere maatschappij net even wat minder scherp als de onze. Opvoeden kent ook hier scherpe randjes, maar op een ander snijniveau dan ik afgelopen jaren heb mee mogen maken.

En dan ontstaan er onherroepelijk wonden. Wonden, die geheeld dienen te worden. Op de eerste plaats zal ik dat zelf moeten doen, maar wat is het bevrijdend als familie of vrienden snappen waarom de confrontatie zo’n pijn doet. Echter, praten over de wond is en blijft lastig. Niet iedereen heeft dezelfde pijnervaring en bepaalde wonden zijn en blijven onbekend. Een lastig en vaak eenzaam proces. Mensen feliciteren je liever, dan de rouw te omarmen. Gewoontetrouw spreken ze al snel de sussende woorden “maar ze doen het toch zo goed” en “ze zijn toch heel gelukkig”, waarmee de kous af is of mijn wond geheeld. Was het maar zo simpel.

Ik kan tegenwoordig met een glimlach ontkennen dat we veel zorg hebben om oudste. Ze doet het fantastisch! Met haar 18 jaar is ze (op bepaald gebied) verder dan menigeen. Weet je hoeveel energie ons dat heeft gekost? Hoeveel wonden daarvoor geheeld zijn, hoeveel verwachtingen omgevormd zijn naar andere mogelijkheden?  Veel kan ik je vertellen. Zo veel dat zowel Paul en ik hebben moeten inleveren op onze gezondheid. Gelukkig heeft oudste een onmetelijke drang ontwikkeld om in de praktijk te leren. Om stappen te durven nemen, zodat ze bv. ook, net als anderen, ergens haar rijbewijs kan halen. Haar positieve en stralende karakter geeft me energie voor de toekomst. Maar wat had ik haar graag een makkelijker leven gegund. Een leven waarin voetproblemen, kaakoperaties en drempels niet zo groot zouden zijn. Waarin haar veelal vrolijke leven gevuld zou zijn met leeftijdsgenoten, die samen met haar het volwassenen leven onder de loep konden nemen. Waarin samen ontdekken, verliefd worden en op reis gaan een doodgewoon loslaten voor mij zou betekenen.

Morgen wordt oudste 18 jaar en als ik naar haar kijk,  is ze gelukkig en blij met zichzelf. Haar leven is niet te vergelijken met dat van anderen, onder geen enkele voorwaarde. En dat vind ik schitterend! Het is haar overtuiging, die mij bewust maakt van het feit dat ik haar rustig kan loslaten, ondanks een stukje bewindvoering.  Ik hoef me niet meer af te vragen wat wel en niet mogelijk is, want dat kan ze ondertussen zelf wel uitvogelen. Al heb ik nog steeds de taak de grenzen te bewaken.

Levend verlies is soms nog aanwezig in mijn hart.  Om deze wond te helen, moet ik proberen haar leven door haar ogen durven te aanschouwen en mijn eigen blik op de wereld los te laten. Zoals een wijze vrouw al tegen me zei: we kunnen ons leven toch niet bedenken, dus laten we daar geen energie in steken. Met veel liefde volg ik dit advies op.

Ik laat mijn hoofd los en geef mijn hart aan haar wereld. Een trotse moeder steekt morgen 18 kaarsjes aan!

Eindejaars- overwegingen


Het is 31 december 2018. Mijn laatste blog voor dit jaar.

Terwijl ik de woorden zorgvuldig kies, dringt er een oliebollengeur vanuit de keuken mijn neusgaten binnen. Een nostalgisch gevoel overvalt me:  Paul heeft namelijk de traditie om zelf oliebollen te bakken, net als mijn moeder deed. Heerlijk! Die warme smaak van versgebakken oliebollen smelt straks op mijn tong. Een delicatesse van het oudejaar! Dat mijn darmen daar niet echt blij van worden, neem ik op de koop toe. Nu is nu en ik geniet.

Wat was 2018 een bijzonder jaar. We surften mee op de golven van veel positieve energie. Paul rondde zijn immuuntherapie af en mocht overgaan in een ritme van driemaandelijkse controles. Best spannend, aangezien er binnen de wetenschappelijke wereld nog weinig bekend is van dit traject. Tot en met de laatste controle van afgelopen 20 december hebben we alleen maar flesjes mogen opentrekken op goede en stabiele uitslagen.
Maar hoe positief het verhaal van Paul ook is in 2018, de angst voor een eventuele verandering in zijn genetische kankerstructuur zit diep van binnen toch wel ergens. We spreken er niet meer dagelijks over en ook mijn gedachten hierover heb ik op gepaste afstand weten te plaatsen. We leken de meeste dagen 2018 zelfs op een normaal gezin en dat was heel aangenaam. We durfden weer wat meer vooruit te plannen, maar deden vooral veel op onze intuïtie.

2018 was voor mij ook een jaar vol uitdagingen. Ik bracht mijn boek uit vol gevoelens over de periode waarin zowel Paul als ik de diagnose kanker kregen. Een mooi moment, waar ik met veel verschillende emoties op heb mogen terugkijken. Velen om mij heen kochten het boek en lazen met tranen in de ogen de strijd die ik met mijzelf voerde. De reacties die ik kreeg waren hartverwarmend en zorgden voor een krachtig opbouwend zelfbeeld. De enkeling die een kritische noot parkeerde, maar de uitleg voor zichzelf hield, moet zelf maar in de spiegel kijken. Ik bande hem uit mijn systeem. Geen mensen om me heen, die me negatieve energie kosten. Een van de gevolgen van mijn boek was een presentatie op Zuyderland en een prachtig interview met onze longarts Michiel Gronenschild voor Parkstadactueel. Beiden hadden inhoudelijk een therapeutisch effect: kanker werd voor heel even eerder een voordeel dan een nadeel.

Er waren meer persoonlijke uitdagingen, die voortvloeiden uit de bucketlist die ik opstelde toen ik de diagnose kanker kreeg. Ik klom op een paard tijdens een van onze vaste weekendbezoekjes aan Zeeland en ik vond mezelf ongelooflijk stoer. Dat de rit nog niet helemaal soepel verliep en ik enorme spierpijnen moest incasseren, was een cadeautje: ik werd me overduidelijk bewust van het feit dat ik nog veel te veel de touwtjes in handen wilde hebben. In april werd ik één van de tien ambassadeurs van Parkstad Limburg Theaters. Mijn drang om te schrijven en mijn absolute liefde voor het theater voedde ik hiermee.  Het is een ervaring om nooit te vergeten: niet alleen stond mijn hoofd net als mijn mede ambassadeurs een maand lang langs de weg op grote billboards, ook mocht ik schrijven over de voorstellingen die ik bezocht. Gelukkig gaat dit avontuur ook in 2019 verder. In november zag ik Krakau met een excursie naar Auschwitz. Een plek die ik een plaats gaf in mijn ziel, om nooit te vergeten.

Helaas was het niet allemaal maar blijdschap en vreugde. Door alle positieve belevenissen door, vocht één van onze kinderen tegen Anna. Haar hoofd stroomde vol met gedachten. Ze liet haar normale eetpatroon los en ging steeds minder wegen. Haar gewicht is nu stabiel, maar haar strijd duurt voort en zal meegenomen worden naar 2019. We hebben een lange adem nodig, willen we Anna uit haar hoofd kunnen verbannen. Volledig leeggevloeid door alle energie die ik samen met Paul had gebruikt in deze uitdaging, kwam ik in december mijn oude angsten weer tegen. Het schrijven hielp dan ook niet meer om mijn gedachten en emoties te kaderen. Ik stroomde zonder pardon over de kaders heen en zakte op sommige dagen weer weg in het drijfzand, waar ik in mijn boek ook over sprak. De fybromyalgie vierde mede daardoor een feestje, waardoor mijn bezoekjes aan de fysio recenter werden. Ook voor 2019 heb ik maar weer een uitgebreide zorgpakket samengesteld. Ik stapte over van een ervaren rot in het vak met vastgeroeste behandelmethoden, naar een jonge therapeut met een verfrissende visie op pijnervaring en begrip. Na twee gesprekken met hem snapte ik dat ik mijn pijnen veel serieuzer mocht nemen dan mijn (vaak frisse) buitenkant liet zien.

De (kilo) meters die ik afgelopen jaar maakte, hebben me gebracht waar ik nu ben. Ze hebben me zelfbewust en krachtig gemaakt. Ik heb voelsprieten ontwikkeld, waardoor ik anders, intenser en kritischer op mezelf in combinatie met de omgeving ben. Dat zorgde niet alleen voor standvastigheid, maar ook voor verwarring. Ik werd boos en verdrietig: de nieuwe gevoelens verwarden me. Ik kwam in een splitstand te staan met mijn vaste overtuigingen versus mijn nieuwe ik. Opmerkingen van anderen raakten me dieper dan ooit en eigen mening stak ik niet meer onder stoelen of banken. Ik keek ze recht in het vizier en dat zorgde voor veel opschudding.  Het kostte me enorm veel energie, waardoor ik vaker de broodnodige rust opzocht. De sociale media ruilde ik langzaam aan in voor echte vriendschappen en interesses. De oppervlakkigheid stoorde me en ik ervaarde dat het podium van facebook steeds minder voor mij geschikt werd.

Ik had tijd nodig om mijn nieuwe ik te ontdekken. De tijd die ik eerder veelal in anderen stak, eigende ik nu mezelf toe. Ik ben erachter dat niets meer vanzelfsprekend is na dit jaar.

2018 werd dus een jaar van finetunen. Ik zorgde voor mezelf en dat had consequenties. Positieve en negatieve. Paul was trots op me door alles wat ik aanpakte, maar gaf me ook de boodschap niet zo streng voor mezelf te zijn. Hij vond dat ik mezelf tekort deed als ik een bui had, waarin ik afgaf op mezelf. Helaas ging ik met mijn ontwikkelde voelsprieten meerdere kanten op en één daarvan weerspiegelde mijn oude pijnen. Pijnen die veelal met het accepteren te maken had. Het accepteren van een leven, waar ik niet altijd raad mee weet.

En nu staat 2019 voor de deur en ik probeer met deze laatste blog voor mezelf de balans op te maken. De nieuwe doelen, die ik voor het nieuwe jaar zou willen formuleren zijn nog niet concreet: er knaagt op dit moment te veel aan mezelf. Gelukkig heb ik afgelopen jaar geleerd in het nu te leven en te vertrouwen op datgene wat op mijn pad komt. Dat het bedenken weinig zin heeft, heb ik geleerd van een wijze wijkgenoot en laat ik dus maar los.

Samen met Paul hef ik het glas en proost op een verrassende levenspad in 2019.

Een podium voor mezelf.

Hoe mooi is het als je een podium zowel letterlijk als figuurlijk voor jezelf weet te creëren. Ik deed het na veel te lang in de orkestbak te hebben doorgebracht.

Als puber was ik al heel onzeker. Net als elke puber twijfelde ik over mijn uiterlijk, maar vooral mijn afwijkende visie op het leven zorgde voor veel eenzaamheid. Naarmate ik ouder werd, ontdekte ik dat het leven makkelijker was als ik me op de bank van oppervlakkigheid vleide en diep wegkroop in de kussens van één zijn met de ander. Mijn eigen mening en manier van denken, veegde ik voor het gemak steeds vaker onder de vloermat.

Jammer zou je denken. Jazeker, dat was het ook. Echter de maatschappij en mijn onzekerheid dwong me als het ware mee te deinen op de gemeenschappelijke golven. Dat ik daarmee mijn persoonlijkheid wegcijferde, wrong als een te kleine schoen. Het stond haaks op wat ik echt voelde en wat ik als persoon wilde uitstralen. De massa lonkte en daarmee bewandelde ik toentertijd het meest makkelijke pad, Dat ik steeds verder verwijderd werd van mezelf, begreep ik toen nog niet.

Mede door mijn huwelijk durfde ik stapje voor stapje weer een beetje van mezelf te laten zien. De dreiging van de buitenwereld vervaagde door de liefde, die ik kreeg van mijn man en later ook van mijn kinderen. De geboorte van hen leverde in eerste instantie een behoorlijke terugval. Door de confrontatie met hun zeldzame syndroom kwam ik weer oog in oog te staan met een afwijkende groei en ontwikkeling. Iets waar ik zelf geen goede ervaringen mee had. Het verdriet dat ik voelde, was zwaar, maar zorgde uiteindelijk weer voor hernieuwde kracht. Overigens had ik die hard nodig: tenslotte was en is het niet makkelijk om de kinderen een plek te kunnen bieden in een maatschappij, die veelal gericht is op de perfecte maakbaarheid van het leven.

2018 was voor mij een jaar van uitdagingen. De ziekte kanker, kon ik, mede door mijn schrijfvaardigheden, een plek bieden. Hij werd naast Albright syndroom in de vitrinekast gezet. Veilig opgeborgen, maar wel in het zicht: tenslotte horen ze beiden bij ons leven. De sluier, die ik door de jaren heen over mij heentrok, kon ik door de vele uitdagingen langzaam maar zeker laten verdwijnen. Stapje voor stapje werd ik weer dat meisje met haar eigen ideeën en visie op hoe zij de wereld wilde ontdekken. De puzzelstukjes bleken steeds beter in elkaar te passen, waardoor ik niet alleen mijzelf ging begrijpen, maar ook snapte waarom ik zo één was met de eigenzinnigheid van jongste zoon. Hij weerspiegelde met zijn gedrag datgene, waar ik al jaren onbewust naar op zoek was: doen wat ik als persoon denkt te moeten doen, zonder inmenging van de buitenwereld.

De plek in de orkestbak heb ik verlaten. Door alle nieuwe persoonlijke ontdekkingen kroop ik door de maanden heen het podium op. Een plaats waar ik weerspiegelde wie ik wil zijn. De kwetsbaarheid, die ik meegaf door een boek over mijn gevoelens te schrijven, zorgde voor een openbaring bij mezelf. En natuurlijk had ik in het begin de neiging gillende terug in de orkestbak te kruipen, maar de standvastigheid waarmee ik de wereld toetrad, zorgde ervoor dat ik op die houten planken bleef staan. Ik presenteerde tot twee keer toe voor een zaal van mensen en ik groeide. Ik solliciteerde naar een functie als ambassadeur van Parkstad Limburg theaters en ik werd als één van de tien gekozen. Ik klom op een paard, reisde af naar kamp Auschwitz en deed vooral veel waar ik zin in had. Als klap op de vuurpijl mocht ik mezelf op de kaart schrijven als redacteur van Parkstadactueel.

Mijn bucketlist, die ik twee jaar geleden ontwikkelde en zwart op wit liet drukken in mijn boek, is de leidraad waarmee ik mezelf over dat podium laat bewegen. Mijn angsten kijk ik tegenwoordig recht in de ogen en al is het allemaal niet zonder bloed, zweet en tranen, de kracht om mijn eigen visie uit te dragen wordt met de dag groter. En dat er zich altijd en overal een criticus in de zaal bevindt, is een gegeven waarmee ik zal moeten leren leven.

2019 staat te trappelen voor de deur. Ik sluit een zeer intensief jaar naar tevredenheid af. Elke maand van 2018 kende een ongekende glinstering, die ikzelf creëerde. Dat de liefde van mijn gezin, (schoon)ouders en vrienden daar een grote rol in speelde, mag en wil ik niet bagatelliseren. Echter ik mag ook niet verwaarlozen hoeveel energie het mezelf heeft gekost om uit te durven dragen wat ik als persoon graag wil. Dat het mijn wereld is, die ik bewandel en dat het uiteindelijk een proces is waar niemand je echt bij kan helpen.

Ik heb een symbolisch podium voor mezelf gecreëerd. Een podium waarop ik mijn uitdagingen graag vorm wil geven, maar vooral mezelf zie staan. En dat de zaal niet altijd enthousiast zal zijn over mijn openheid en performance is een vaststaand feit. Zolang ik maar een diepe buiging naar mezelf kan maken, is het podium een waardevolle plek om mijn levenspad te blijven presenteren.

Dank U Sinterklaasje…

Stilte voor de storm. De laatste dagen van november kruipen langzaam voorbij, terwijl december al vol verwachting op onze deur staat te kloppen. Sinterklaastijd is wat mij betreft een van de meest intens en pure tijden, waarin een gezin overspoeld mag worden met humor en geheimzinnigheid. Ondanks het feit dat onze oudste in januari 18 wordt en onze jongste een dezer dagen de kalenderleeftijd van 14 bereikt, is sinterklaas bij ons nog steeds een tijd van geloven. Geloven in de kracht van fantasie, humor en het poëtische woord op een fraaie persoonlijke manier gebruiken. En op welk niveau en in welke mate dit gebeurt, laat ik elke jaar weer afhangen van omstandigheden en eigen inbreng van de deelnemers.

Ook dit jaar rolden we het sinterklaasseizoen op een aparte manier in. Terwijl de sint met zijn pieten de woeste golven hadden bevaren en hun intrede in het land deden, was ik net terug van een tripje Polen. Mijn hoofd stond nog even niet naar strooisels en schoencadeautjes. Zelfs ons raam had nog geen metamorfose ondergaan. Ik was gewoon wat laat deze keer.

Onverwacht ontplooide jongste zoon zich creatief. Ergens wist ik wel dat hij het in zich had, maar tot het afgelopen jaar had hij het allemaal wel prima gevonden. Nooit eerder had hij te kennen gegeven, mee te willen dingen in deze uitdaging. Tot nu: het raam werd omgetoverd tot een prachtexemplaar. En om in zijn woorden te spreken “als er een wedstrijd zou zijn voor mooiste raamversiering, wonnen wij de eerste prijs”. Warempel, dacht ik toen ik zijn creatie vanuit de bank waarnam, gelijk heeft hij.

Dat jongste veel fantasie in zich heeft, is me niet geheel onbekend. Echter de competentie om dit ook in praktijk te brengen, wordt dit jaar overduidelijk gestimuleerd vanuit zijn lessen in het praktijkonderwijs. Zo had ik hem nietsvermoedend lege dozen mee naar school gegeven. Vast om te knutselen, dacht ik nog met mijn onnozele kop. De dagen verstreken en in de chaos van alledag, was ik die lege dozen alweer vergeten. Zelfs toen ik wat ingepakte doosjes op de eettafel zag liggen, rinkelde er geen belletje. Vertwijfeld vroeg ik me af of ik iets over het hoofd had gezien…

Een grimas van oor tot oor verscheen, toen jongste die avond – als een verleerd acteur – aankondigde dat WIJ onze schoen mochten zetten. We kregen amper tijd om ons erop voor te bereiden: jongste ontfutselde vakkundig, onder de tafel, onze schoenen. De rest van de avond moest ik doorbrengen met één schoen en één sok. Stiekem vond ik het spektakel geweldig. De warmte die ik bij dit soort acties voel, weerspiegelen mijn enorme geluk over de aanwezigheid van mijn kinderen.

Terwijl de opstelling van de woonkamer onder handen werd genomen – tenslotte moest hij voor bedtijd voor piet spelen- werd dit gebeuren me pas aan het eind van de avond duidelijk. Hij had het zodanig geregeld, dat ik pas aan het eind van de avond ontdekte dat onze schoenen al keurig gevuld waren met grote en mindere grote cadeaus. Dat jongste zelf zijn schoen niet had gezet, had me al moeten bevreemden. Onze jongste is namelijk zeer fanatiek met het binnenslepen van schoencadeaus.

Maar goed. Naïef als ik ben, vond ik het toch wel sneu dat hij nou niks in zijn schoen kreeg. Dat moest ik vlug goedmaken, bedacht ik nog… Nog voordat ik mijn eigen cadeau open had gemaakt, hoorde ik oudste dochter mopperen. Haar schoen cadeau bestond uit een leeg doosje bouillonblokjes. Aha, er begon me iets te dagen. Ook tweede dochter ontving een leeg doosje bouillonblokjes. Tegen de tijd dat ik aan mijn schoen cadeau begon, kreeg ik uitvoerige uitleg dat de cadeaus wel echt volgens de inpakregels van de detailhandel waren ingepakt. Dat ook mijn cadeau bestond uit een leeg doosje was ineens niet meer van belang.

Onze zoon heeft het goed begrepen. De tijd van sinterklaas is een van humor en grapjes, maar vooral van creativiteit. De lessen detailhandel op school hadden hem blijkbaar geïnspireerd tot het bedenken van deze prachtige schoen-zet-actie. Alhoewel niet iedereen deze competentie kon waarderen, heeft jongste ons mede door de kunst van het laten geloven aardig weten in te pakken.

De stilte van Auschwitz

Maar waarom dan Auschwitz? Waarom juist naar die plek, waar zoveel haat en wreedheden liggen. Die vraag is me de afgelopen periode geregeld gesteld. Elke keer weer verantwoordde ik me met veel genoegen. Het bracht me namelijk steeds een stapje dichter bij datgene, dat ik hoopte te ontdekken.

Het zand kraakt onder mijn voeten. Ik ben net met velen naast me onder de toegangspoort van Auschwitz gelopen. “Arbeit macht Frei”, staat er groot te lezen. Een van de propagandateksten, waarmee de moed in het kamp hoog werd gehouden. De buitenwereld mocht tenslotte van niks weten…Ik ril. Polen kent met deze herfst een buitengewoon mooi seizoen, dus van de kou kan het niet zijn. Het zand, de stenen. Ze laten me wankelen. Het lopen is letterlijk zwaar, maar ik merk het niet. Ik loop op de grond, waar praktisch 77 jaar geleden ook mensen liepen, maar dan in totaal andere omstandigheden. De weg maakt me stil. De voetstappen echoën in de open buitenlucht en verder is het stil. Doodstil.

Haat voor “anders” is voor mij een beladen begrip. Ook het feit dat ik moeder ben van een gezin met “beperkte mogelijkheden” zet me geregeld aan het denken. Vooral de gebeurtenissen in WOII intrigeren me terdege. De keus om een plek te bezoeken, die zo verweven is met de gruwelheden, die anno 1940 ook betrekking zouden hebben gehad op mijn gezin, is wat mij betreft zo gemaakt.

Ik kan er met mijn hart niet bij. Mijn hoofd ziet het en weet het. Maar dan houdt het op. Ik loop langs de vitrines vol met brillen, afgeknipte vlechten, schoenen, koffers en andere persoonlijke spullen. Achtergelaten, gevonden. Documenten en foto’s. Door de laatste gevangenen als bewijsmateriaal vakkundig weggemoffeld. Barakken met zakken stro. Slaapplekken voor 700 mensen, verdeeld over houten plankjes, uitgeput, ziek en hongerig wachtend op wat de ochtend weer zou brengen. Begrenzingen met prikkeldraad en hoge voltages. Een verlaten wagon op de selectieplaats. De plaats waar een duim van een hoge SS officier zorgde voor een allesbepalend lot. Uitgestrekte velden vol menselijk as…

Ik zie het allemaal, maar voel het niet. Nog niet. Het sijpelt langzaam binnen. Echter de tijdsdruk om door beide kampen te lopen is groot. Te groot. Het stoort me. Ik wil niets liever dan blijven staan en het tot me door laten dringen. Weten doe ik het wel, maar voelen….Ik word meegesleurd in de grootte van het aantal bezoekers. Steeds mag er een beperkt aantal groepen naar binnen. We lopen symbolisch als kuddes achter elkaar.

Onze gids heeft een keus gemaakt om ons de meest wezenlijke verhalen te laten zien en horen. De verhalen raken me, vanzelfsprekend. Ze verwarren me ook, zoals haat me altijd verward heeft. Joden, Duitse homoseksuelen, politieke gevangenen, vrouwen, kinderen, intellectuelen, gehandicapten en criminelen. Zij behoorden tot het publiek dat vernietigd moest worden. En waarom?

Het is mijn bestemming. Altijd al geweest en nu weet ik waarom. De ernst van de situatie dringt langzaam tot me door. Ik had daar ook gestaan met mijn gezin als ongewenst element, in het ongewisse over hetgeen wat ons te wachten stond. Uitgeput en met een drukkende pijn op mijn borst verlaat ik de plek. Diep van binnen wil ik niet weg van hier. Het was te kort en ik heb nog zoveel vragen. Er is nog zoveel wat ik niet weet of begrijp. Met tegenzin stap ik dan ook in de bus. De schemer valt in en ik laat Auschwitz achter.

Terwijl ik zoek naar de juiste woorden, voel ik hoe verschrikkelijk moeilijk het gevoel over te dragen is. Ik kan het niet uitleggen, aangezien de plek daar in Polen niet te verklaren is. Het is met geen woord te beschrijven, hoe diep van binnen je uiteengerukt kan worden en in mijn geval niet alleen door het geheel aan informatie en documentatie.

Dankbaar sluit ik thuis mijn gezin in mijn armen. Hun vrijheid is anno 2018 een gouden gegeven. Ik kan alleen maar de bewustwording overdragen, dat we allemaal de keus hebben om in echte vrijheid te mogen leven. Want ook al zal de wereld in begrenzingen blijven regeren, ik weet uit de verhalen van Auschwitz- overlevenden dat de echte vrijheid in je eigen gedachten zit. Hierdoor zijn we stuk voor stuk in staat zijn om elkaar de vrijheid te gunnen, die nodig is om de gebeurtenissen uit Auschwitz nooit en te nimmer meer te herhalen.

 

Uit respect voor de velen die in Auschwitz hebben geleden, plaats ik geen foto’s van persoonlijke bezittingen.

Take your time

“Daar heb ik (voor mezelf) geen tijd voor”. Ik hoor het mezelf geregeld zeggen. En dat terwijl ik geen fulltime baan heb, veel thuis ben en mijn tijd grotendeels zelf invul. Dus de opmerking “daar heb ik (voor mezelf) geen tijd voor” moet maar eens onder de loep worden genomen.

Tijd is een relatief begrip. De indeling van tijd is een persoonlijke kwestie en speelt zich voornamelijk allemaal af in onze gedachten. We (dus ook ik) maken dagelijks vele keuzes, maar hoeveel maken we met ons volle verstand. Of beter gezegd: vanuit ons hart.

Dat er geen tijd is, is het meest lullige excuus, waar we amper bij stilstaan. We hebben tijd om tv te kijken, onze sociale media te checken, onderuit op de bank te hangen of vele onbenullige discussies te voeren, waar we totaal geen baat bij hebben. Ook ik heb tijd in overvloed, alleen maakte ik jarenlang de keus -de tijd- te gebruiken voor iedereen die van waarde was, behalve voor mezelf. En juist daar zit het probleem. Mijn eigenwaarde  was jaren lang een ondergeschikt gegeven, waardoor de keus om tijd vrij te maken voor mezelf niet in me opkwam.

Tijd is er niet altijd in overvloed en zeker niet voor een drukbezette moeder als ik, binnen een gezin met drie pubers, die ook nog een rugzak meezeulen. Toch ben ik er me steeds meer van bewust dat ik best een beetje tijd mag lospeuteren voor mezelf. Net zo simpel, lijkt me, als tijd vrij te kunnen maken voor de dierbaren om me heen.

De gedachte dus dat er geen tijd is voor mezelf ,komt daarmee in een ander perspectief te staan. De eerste dagen – zomaar voor mezelf-weerspiegelden in eerste instantie een enorme zee van tijd, waarin ik al zwaar watertrappelend mijn hoofd boven water hield. Het werd een metershoge golfslag, waarin ik streed met de vastgeroeste gedachten en mijn bewustzijn. Nu mijn bewustzijn steeds meer aan de oppervlakte komt bovendrijven, durf ik mijn tijd minuutje voor minuutje voor mezelf in te vullen. Ineens is er tijd!

Tijd voor mezelf = echter nog steeds begeven op glad ijs. Het is het creëren van ruimte om stil te staan bij mijn eigen blauwdruk, zoals ik van Linda Keijbets heb mogen vernemen. Zij heeft me een jaar geleden bij de hand genomen en Jin Shin Jyutsu geïntroduceerd. Stap voor stap zorgde ze ervoor dat mijn hoofd minder een rol ging spelen in mijn keuzes. De weg van hoofd naar hart, zoals de Jin Shin Jyutsu uitdraagt, is lang, maar gelukkig heb ik de tijd. De bewustwording hiervan is wat mij betreft de allergrootste winst, die ik in de afgelopen jaren heb mogen ervaren.

“Daar heb ik geen tijd voor” zit nog steeds in mijn hoofd. Met name als er keuzes gemaakt moeten worden, die betrekking hebben op mijn eigen tijd. De hoeveel smoezen en excuses liegen er niet om. Ik herken ze tegenwoordig in een mum van tijd en realiseer me waar ik mee bezig ben. “Daar heb ik echt geen tijd meer voor”, denk ik dan maar en loopt fluitend naar mijn agenda om de meest waardevolle beslissing van dat moment voor mezelf te noteren. Ik leer het wel!

 

Ik ben een avontuur gestart, waarin tijd voor mezelf een prominente rol speelt. Na mezelf jaren weggecijferd te hebben, ben ik me na mijn diagnose Kanker steeds vaker bewust van mijn tijd op deze aarde. Stap voor stap onderneem ik beslissingen, die gerelateerd zijn met de waarde die ik koppel aan mezelf. Linda Keijbets heeft met de Jin Shin Jyutsu een waardevolle bijdrage geleverd.

https://www.facebook.com/keijbetscareconsultancy

Paard en mens: een wonderbaarlijke verbinding

Waarom in godsnaam op de rug van een paard klimmen, als je er doodsbang voor bent?

Die vraag heb ik me nooit hoeven te stellen, de behoefte was er ineens. Ik keek al jaren jaloers naar de rust die over mijn kinderen daalde, zodra zij op de rug van de IJslanders klommen.

Ikzelf ben een vreselijke kluns op het gebied van dieren. Ik sta letterlijk met mijn handen in het haar als ik, waar dan ook, omringd word door dieren. Hun aanwezigheid brengt geen rust, maar een onbestemd en onmachtig gevoel waar ik niks mee kan. Eerlijk gezegd is er niet eens een gevoel. Ik heb echt twee linkerhanden als het aankomt op de aanvoelen van beesten in het algemeen. De drie goudvissen, die een aantal jaar bij ons inwoonden, hebben mijn spastische manier van communiceren ook niet overleefd. Een droom om ooit me te omringen met huisdieren heb ik dan ook nooit gehad.  Een gemis? Ja, absoluut. Maar ja blijkbaar heb ik doodgewoon geen talent als het op dieren aankomt.

Om toch een ruime opvoeding teweeg te kunnen brengen bij mijn kinderen, plan ik sinds een jaar of 5 een weekendje bij mijn familie in Zeeland. Hun landgoed geeft mij en mijn gezin de kans kennis te maken met kitten, IJslanders en kippen.

De terugkerende weekenden in Zeeland op manege de IJslander ben ik steeds meer gaan omarmen. Ik ontdekte dat ik, ondanks de vele dieren om me heen, tot rust kwam in deze omgeving. Niet alleen de frisse wind, de woeste aantrekkingskracht van de zee en de ruimte om me in te bewegen, zorgden voor een open mind. Ook de vreugde die ik bij mijn man en kinderen zag ontstaan, maakte me intens gelukkig. Een warm hart vanuit mijn betrokken familie in combinatie met de empathie die paarden voelen voor mensen, brokkelde mijn angst voor dieren steeds weer een beetje meer af. Steeds kleiner werd de afstand, die ik voelde voor een paard. Dat ik nog steeds geen behoefte heb om huisdieren toe te laten in mijn huishouden is een vaststaand  feit.

Toch leerde ik dat de verbinding met dieren een privilege is.  Mijn kinderen zijn daarin voor mij een groot voorbeeld, vooral mijn jongste. Jaar in, jaar uit klommen zij zonder enige angst op de rug van een paard. Het klakken van de hoeven op de stenen, zodra zij met mijn oom en nicht de manege verlieten, liet mijn eigen behoefte -deze ervaring te beleven- groeien. Het niet durven naleven van mijn eigen dromen had ik al veel te lang begraven. Tijd om te bemesten dus! Tenslotte verdwijnen dromen nooit en kunnen ze door durf en doorzettingsvermogen weer langzaam ontkiemen. 

En dus plande ik opnieuw een weekendje Zeeland. In overleg met mijn nicht werd er tijd vrij gemaakt om in alle rust de omgeving buiten de manege te ontdekken.  Mijn angst voor paarden wilde ik een plekje geven en de enige manier om mezelf wat beter te leren kennen in de combinatie met dieren zou op de rug van een paard moeten zijn. Tenslotte zijn paarden de weerspiegeling van onze ziel.

Dat ik overduidelijk niet met dieren kan omgaan, kunnen velen om me heen beamen. Ik wekte dan ook meteen de aandacht van mijn gezin, toen ik de opdracht kreeg Gletta, mijn merrie uit de wei te halen. Totaal onbeholpen en zonder enig gevoel voor haar, sjorde en trok ik aan het touw. Pfff, wat was ze sterk. Na wat tips van Roos, mijn nicht, kreeg ik haar zover om het hooi met rust te laten en met me mee te lopen naar de opzadelplaats. De foto’s spreken boekdelen en de onhandigheid spat er dan ook van af.

Toch heb ik er vanaf het eerste moment ontzettend om moeten lachen. De onmogelijkheid, waarmee ik de communicatie aanging, de stijfheid waarmee ik het zadel besteeg en de enorme spanning om toch vooral die teugels in eigen handen te houden. Luisteren naar wat mijn merrie wilde, lukte helaas nog niet, al begreep ik wel dat ik haar “weerbarstigheid” op het eind van de rit helemaal te wijten had aan mijn eigen gedrag.

De boodschap die Gletta, mijn merrie wilde overbrengen is een van de velen die ik graag over mezelf wil leren kennen. De rit op het paard was overduidelijk een regelrechte uitdaging, maar ik heb hem met beide handen aangegrepen. Dat ik met stijve spieren en klotsende oksels uiteindelijk van het paard afkwam, woog niet op tegen het magische gevoel dat meester van me maakte toen ik ritmisch bewoog op de rug van het paard. De schommeling, het klikklakkende geluid van de hoeven en de stilte die in mijzelf ontstond, opende mijn hart voor de verbinding met paarden.

Welke rol de paarden uiteindelijk nog zullen spelen in mijn leven laat ik open. Een kleine deur is geopend en met mijn nicht op nog geen twee uur afstand rijden, is de kans groot dat ik dankzij de paarden nog intenser naar mijn eigen behoeften durf te kijken, dan nu het geval is.

En wat is mooier dan een empathisch hart vol liefde en openheid voor zowel kinderen als dieren te hebben.

 

Zingen is durven

Hoe wonderbaarlijk. Het zal zo’n 20 jaar geleden zijn dat ik een vurig verlangen had om mijn stem te ontwikkelen. Na lang aarzelen, ondergetekende is namelijk nooit een hele snelle vogel geweest, trok ik de stoute schoenen aan en gaf mezelf bloot aan een proefles zang. Het enige dat ik me daarvan kan herinneren, was de passionele stroom, die na het zingen door mijn lijf trok.

Ik was, denk ik, ver in de twintig en langzaamaan begon ik mijn leven in te vullen met dromen, die ik al van jongs af aan had. Zingen was daarin het absolute hoogtepunt. Nadat ik jaren meegezongen had in het schoolkoor, optredens vervulde in een georganiseerde show en de doucheruimte geregeld gebruikte als proefruimte, wilde ik niets liever dan me verder ontwikkelen om ooit- in een verre toekomst – op de planken te durven staan. Tja, want het willen was nooit een probleem, maar het durven des te meer. Tenslotte stel je jezelf wel bloot aan een kritische specialist.

Nu het leven me aardig begint in te halen, moet ik beamen dat het toentertijd slechts bij die ene proefles is gebleven. De durf om in mijn chaotische wereld echt voor mezelf en mijn dromen te kiezen, sneeuwde onder in een grote hoeveelheid aan smoezen en excuses. En eerlijk is eerlijk, ik ben er nog steeds een kei in. Wat is makkelijker om jezelf weg te cijferen, zodat je niet oog in oog hoeft te staan met jezelf. Dat ik in één ruimte zou staan met iemand, die me “beoordeelde” hielp in deze zeker niet mee.

Mijn redding bleek uiteindelijk mijn oudste dochter. Haar onbezonnenheid en grote spontaniteit straalt een durf uit, waar ik in mijn dromen nog niet mee in aanraking kom. Na een stroeve start in groep 1, ontwikkelde zij zich als een onbedwingbaar podiumbeest. En man, wat kan ik daar van genieten! Soms ben ik zelfs een beetje jaloers op hoe makkelijk zij in het leven staat, zonder enige vorm van gene of angst.

De laatste 4 jaar kwam zij via een vorm van dagbesteding in aanraking met Musical Unlimited. Ze deelde haar spontaniteit met een aantal vergevorderde leerlingen en groeide al snel uit tot een verleerd musicalster. Haar solopartijen werden o.a. begeleid door Gwen Moust, zangdocent aan Schunck te Heerlen. Het plan om haar zangles te laten nemen, was niets meer dan het invullen van mijn eigen droom. Alleen dan op gepaste afstand. Gelukkig wilde oudste dochter niets liever.

Vorig jaar maakten we voor haar dan ook de keus om zangles te nemen. Een gouden keus en niet alleen voor haar. Ik heb nog nooit zoveel ontwikkeling gezien binnen een korte periode. Het ontging me niet dat het zingen behoorlijk wat losmaakte bij mij. Vaak huilde ik tranen met tuiten als zij een uitvoering had, geraakt door alles wat haar stem teweegbracht. Echter, ergens diep van binnen huilde ik ook om mijn eigen gemis.

Het plezier dat oudste dochter steeds maar weer uitstraalde, haalde me langzaam maar zeker over de drempel, om die ene droom, ook voor mezelf te durven vervullen.
Beetje bij beetje, want ja die snelheid zit er zelfs na al die jaren nog niet in, durf ik weer te zingen, ook in het openbaar. Ik verruilde de badkamer voor de woonkamer en later zelfs voor een optreden in een verzorgingstehuis. De energie die toen loskwam, zorgde voor een boost waar ik weken op kon teren. Nu moest het er toch van komen…Helaas. Het heeft nog een dik jaar gekost om mezelf te overtuigen dat zangles onlosmakelijk veel fun zou kunnen opleveren.

Moederdag 2018. Schunck presenteerde een fantastische aanbieding, in de vorm van drie proeflessen muziek. Dankzij de overredingskracht van manlief, dochter en een blik vriendinnen, mocht ik mezelf drie proeflessen zang cadeau doen. Al schuifelend dwong ik mezelf nu eindelijk die felbegeerde stap te zetten. Het laatste duwtje ontving ik van oudste dochter: zij nam me mee en deelde de 30 minuten zangles van haar. Het leverde fantastische momenten op.

Zo mam en nu kun je het alleen, moet ze vervolgens gedacht hebben. Haar zangdocent werd ook mijn zangdocent. Lekker veilig.  Ja, als ik dan toch de stap moet zetten, dan liever in een omgeving, waar ik me enigszins vertrouwd voel. Zingen is blootgeven en alhoewel ik mijn plek al aardig veroverd heb in het wijkkoor, is het nemen van zangles toch net even een ander dingetje.

Maar goed. Na twee intensieve proeflessen, het zweet brak me aan alle kanten uit, nam ik buiten adem de dappere beslissing om voor de komende 10 weken mijn dromen gestalte te geven in de vorm van zangles. Ik hoop, diep in mijn hart,  dat ik net zoveel plezier mag gaan beleven aan het zingen als mijn oudste dochter doet en dat ik mijn durf om mag gaan zetten in de kracht en emotie van mijn stem.

Sinds mijn diagnose heb ik een bucketlist opgesteld, waar ik actief mee aan de slag ben. Zangles nemen was één van de felbegeerde punten.

Kalverliefde en aardverschuivingen

“mam?”

Een zware bromstem vult de woonkamer. Ik kijk op en kijk hem aan met grote ogen. Vertwijfeld zoek ik-enigszins ontdaan- naar de jongere versie van deze uit de kluiten gewassen puber.

“Ja” komt er twijfelachtig uit mijn mond. “Ik heb het uitgemaakt”

Onwennig zoek ik naar een balans. Wat is er in hemelsnaam in de afgelopen 6 weken gebeurd, hoor ik een stem in mezelf radeloos afvragen. Waar is mijn zoon gebleven?  Het eerste leerjaar op het praktijkonderwijs is koud afgesloten met een onwennige kalverliefde, of ik word overvallen door deze aardverschuiving.

De zomervakantie heeft in de volle hevigheid toegeslagen. De 6 lange weken hebben in de eerste versnelling door de lichamelijke ontwikkeling van zoonlief geraasd. De krakende stem, waar we nog met z’n allen zo ontzettend om moesten lachen, heeft plaatsgemaakt voor een sexy volwassen stem, waar je alleen maar serieus in meegenomen kan worden. Ik val stil.

“Waarom?” vraag ik hakkelend. “En moest ze huilen?” Ja, ik geloof het wel, is zijn antwoord. Duidelijk en nietsvermoedend. “Maar ik voelde niks meer voor haar”. Mijn trotse hart breekt. Liefde is zoiets moois, maar als het niet werkt-op welke leeftijd dan ook- heeft het iets triest.

Terwijl zoonlief doorgaat met zijn leven, heb ik als moeder toch echt even nodig om de nieuwste balans van het moment op te maken.

 

Jongste zoon is 13 en volgt onderwijs op Adelante