Een oerwoud aan woorden

De eerste zonnestralen piepen tussen onze gordijnen door. Ik ontwaak en opgelucht constateer ik dat het ochtend is. Naast mij zie ik dat Paul tijd doorbrengt op zijn telefoon. De laatste maanden is dit een steeds terugkerend beeld. Ook in de nacht helaas. Paul lijdt aan slapeloosheid en of dat nu komt door zijn medische geschiedenis of door alle fusieperikelen op zijn werk, het is overduidelijk niet goed voor zijn conditie. Ik kruip snel uit bed en zie dat ik nog even tijd heb om in een boek te duiken. Dat doe ik in de ochtend graag, zeker als ik daarmee mijn stroom aan gedachtes voor even niet op gang hoef te brengen. Het boek, dat ik lees, was in het begin indrukwekkend. Nu denk ik steeds vaker: “mijn boek is beter”. Toch leg ik het niet weg. Te veel punten van steun en herkenning. De reden dat ik de laatste weken geregeld de bibliotheek induik en boeken kies, gebaseerd op verhalen van ervaringsdeskundigen.

Ik merk dat ik ook deze ochtend geen lange concentratie heb. Na een paar bladzijdes spoken mijn eigen gedachtes tussen de regels door en ik leg mijn boek weg. Ik maak me klaar voor weer een dag, waarin ik probeer mijn ritme terug te vinden. Mijn oefeningen, een verfrissende douche en mijn handen door het afwaswater, helpen daarbij. Het laatste: een moment van onthaasten. Ik denk aan de sfeer die er na het avondeten, tijdens het afwassen, ontstaat; een grote winst in het gezin. Samen staan we in de keuken, al dan niet luid zingen. En ook al is er soms protest, samen zetten we de schouders eronder.

Zodra de jongste twee opgehaald zijn door het leerlingenvervoer, kruip ik achter de computer. Een oerwoud aan woorden begroeit dagelijks de inhoud van mijn hoofd. Ik moet schrijven. Er moet ruimte komen in mijn hoofd, wil ik deze eerste echte vrije dag zo effectief mogelijk besteden. Een vrije dag? Ik kan het bijna niet geloven. Mijn agenda knalde de laatste weken alleen maar uit elkaar van afspraken. Zoveel afspraken, dat ik door de bomen het bos niet meer zag. En nu ik vrije tijd heb, struikel ik over de keuzes die ik zou willen maken.

Ik denk terug aan al die drukke momenten. Voor de vakantie, in de vakantie en nu ook weer na de vakantie. Met veel pijn en moeite sloegen we ons door de laatste dagen voor de vakantie heen. Middelste slaagde met vlag en wimpel, maar Anorexia-Anna verbood haar te genieten. In de vakantie hebben we ons twee weken kunnen losweken van alle zorgverleners, die aan ons gezin gekoppeld zijn. Weken dat Paul en ik amper fut hadden om ook maar iets te ondernemen. Vrije tijd, maar geen energie. Resultaat van het al jarenlang begeleiden van een zorggezin op losse schroeven. Na de vakantie hoopte ik op minder drukke dagen. Op meer ritme en wat eigen vrije tijd. Niets was minder waar. Een nieuw RTO (zie Ready to Operate) en wat voorbereidende gesprekken stonden al te popelen in de eerste en tweede week van het schooljaar. Dat de start van middelste op Adelante ook niet helemaal soepel verliep, werkte niet echt mee. Door ongewenste omstandigheden reed ik de eerste twee weken vaker de A79 op en af om onze Puck voortijdig op te halen. Alleen jongste dompelde vanaf het eerste moment onder in een warm bad van ritme.


Terwijl ik mijn woorden tik, probeer ik een weg te vinden door het doolhof van ervaringen. Ervaringen, die door alle zorg soms vervelend, vaak spannend en tijdrovend zijn, maar ook overwinnend kunnen voelen. Want ook al zijn de vele drempels niet altijd eenvoudig te nemen, een hindernis uiteindelijk overwinnen is het grootste genot om te kunnen ervaren. Het lijkt soms wel een sport. Topsport als het aan mij ligt. En om die te kunnen beoefenen, moet ik – in ons geval -mentaal fit zijn. Daarom blog ik, om drempels een plek te geven, maar ook om onzichtbare kreukels tastbaar te maken, zodat de buitenwereld snapt, waarom wij als zorggezin soms wat extra steun kunnen gebruiken.


Het geluid van een krakende trap. Het leidt me af. Oudste dochter is wakker. Ze maakt zich klaar om te gaan werken. Haar ritme is ook nog onregelmatig. Na een welverdiende vakantie zijn de aangepaste plannen nog niet helemaal concreet. Geen niveau 2 BBL, maar een start op de arbeidsmarkt., waarbij leren in de praktijk als belangrijkste doel naar voren komt. Voor nu is haar eerste arbeidscontract getekend. Op maandag 9 september zal haar werkritme langzaam vorm gaan krijgen. Wanneer haar tweede arbeidscontract ondertekend mag worden, is nog even onduidelijk. Drempels en onverwachte kronkels kwamen op dit pad. Dat ze niet verder gaat op niveau 2 heeft alles te maken met kleinschaligheid, inherent aan haar beperking, zowel sociaal-emotioneel als lichamelijk. En daarom hebben we knopen doorgehakt en de voorkeur gegeven om oudste in de praktijk te laten ontwikkelen. Dat dit tijd nodig heeft om op de juiste manier georganiseerd en vastgelegd te worden, zorgt momenteel voor vele uurtjes die thuis doorgebracht moeten worden. Wel gezellig, maar niet bevorderlijk voor onze relatie. Tenslotte is zij 18 en toe aan eigen ruimte, maar dat geldt voor mij als moeder ook.

De vrije momenten voor mij zijn spaarzaam. De krakende trap betekent niets meer en niets minder, dan dat oudste mijn ruimte binnentreedt.
Ook de bekende geluidjes, die via mijn computer, telefoon of IPad binnenkomen, zorgen voor onrust. Middelste heeft me nodig. Helaas stopt Anorexia (lees haar gastblog) niet als ze op school zit. Dat weet ik ondertussen. Ons appcontact is door de maanden heen gegroeid van noodzakelijk kwaad tot een therapeutisch onderonsje, waardoor ik haar steeds vaker iets meer los kan laten. Triest, maar realiteit. Anorexia is een dagvullend programma, voor middelste, maar ook voor mij. Iets wat ik geaccepteerd heb. Zij vraagt er tenslotte niet om dat Anna te pas en te onpas door haar hoofd tettert: voor mij een kleine moeite om te luisteren.

Ik besluit mijn gedachtes even te parkeren en wat tijd door te brengen met oudste, voordat ze gaat werken. Ook zij snakt naar aandacht. Het is niet niks om 18 te worden en overspoeld te worden met lastige keuzes. Ik kam haar haar. Aanraking vindt ze fijn. Ik zorg graag voor haar. Ook al is ze voor de wet volwassen, mijn dochter is daar emotioneel nog niet aan toe. Vol overtuiging loopt ze dan ook haar eigen weg, soms met en soms zonder mij aan haar hand.

Dag! Ik zwaai, terwijl oudste het huis verlaat. Op weg naar haar plek, waar ze gewaardeerd wordt om wie ze is. Dat maakt me als moeder blij. Ik besluit dat ik vandaag geen keuze hoef te maken over het invullen van mijn vrije dag. tenslotte is alles goed, als ik maar geniet. Ik trek de deur achter me dicht en voel ook het laatste restje aan gedachtes wegwaaien met de wind mee.

Onder een berg zorg

Zorg. Een berg aan zorg. Overdreven? Wellicht, maar in tijden van zwaarte ontzettend ondersteunend. Echter, nu we zo intensief aan het onderzoeken zijn, hoe nieuwe passende zorg georganiseerd kan worden, lijkt het wel alsof we de realiteit niet meer helemaal helder zien. Alsof we zo gewend zijn aan de verschillende indicaties, dat we vergeten zijn wat daadwerkelijk nodig is en wat onze taak als opvoeder hierin is.

Sinds januari van dit jaar is de zorg vanuit de gemeente overgedragen aan een nieuwe zorgaanbieder. Dat dit voor heel Zuid-Limburg binnen een tijdsbestek van ongeveer drie maanden moest gebeuren is al een hele opgave, laat staan als je dan de zorg moet gaan garanderen voor een gezin als het onze. Het is dus niet zo gek dat we tot op de dag vandaag nog steeds niet echt helder hebben, hoe wij als gezin nu structureel, maar realistisch ontlast kunnen worden.

Na heel wat gesprekken gevoerd te hebben met verschillende personen, vanuit verschillende expertisegebieden staan we nu aan de vooravond van een tweede RTO. Wat de afkorting precies betekent, weet ik nog steeds niet, maar Wikipedia geeft de verklaring Ready To Operate en eerlijk gezegd kan ik me daarin wel vinden. Het aanstaande RTO is hopelijk een vergadering waarin we in de startblokken kunnen gaan staan om die complexiteit aan zorg nu eens waar te kunnen maken. Voor al onze kinderen en uiteindelijk ook voor Paul en mij.

Dat dit soort gegevens ons als ouders vormen, wordt me steeds meer duidelijk. Mijn rol als moeder heeft langzaam plaatsgemaakt voor zorgcoördinator en procesregisseuse . De rollen zijn me ondertussen op het lijf geschreven, maar zorgen ook voor een verdoezeling van wat ik daadwerkelijk voor mijn kinderen zou moeten kunnen zijn: namelijk moeder. Het gebeurt de laatste tijd dan ook geregeld dat ik verstrikt raak in datgene wat er van me gevraagd wordt, bewust en onbewust en uit het oog verlies waar ik daadwerkelijk mijn energie in moet steken. Namelijk in het genieten van alles waar mijn gezin mee bezig is.

11 zorgverleners en twee ouders. Zo staat het er morgen voor. Een twee uur durend RTO, goed en vakkundig voorbereid door Paul en mij en door iemand van het sociale buurtteam, die zich het lot van ons gezin heeft aangetrokken. Een Ready To Operate om het aantal zorgverleners te verminderen. Om de juiste persoon op de juiste plek te krijgen, zodat er effectief en met regelmaat gewerkt kan gaan worden naar rust, genieten en toekomstige vrijheden.

My fingers are crossed

Vrijheid in jezelf

Zoals elk jaar stond ik, samen met mijn partner en onze kinderen, ook dit jaar op 4 mei twee minuten stil. Stil bij het feit dat vrijheid nooit eerder zo in het gedrang kwam als in WO2. Stil bij het feit dat de mensheid op basis van uiterlijk, ras of ontwikkeling in vrijheid geschonden werd. Iets waar ik me persoonlijk niks bij kan voorstellen.

Als mens geniet ik van de pluriforme maatschappij, waarin we mogen leven. Dat mijn kinderen onderdeel hiervan zijn, maakt me trots als moeder. Elke dag weer geniet ik van de uniekheid van mijn drie mensjes, die zich langzaam tot mooie en kleurrijke persoonlijkheden ontwikkelen. Allemaal anders in hun hoedanigheid en juist daarom zo interessant. Mogen zijn van jezelf, wie je bent, ongeacht je huidskleur, je afkomst of je geaardheid, is wat mij betreft de vrijheid waar we met z’n allen op zoek naar zijn. Dat ik als moeder deze basis kan versterken door onvoorwaardelijke steun en liefde te geven, is de positieve bijdrage waar ik als opvoeder op hoop.

Afgelopen maand zag ik bij twee van mijn kinderen een voorbeeld van absolute vrijheid. Mijn oudste dochter, die met haar 1.55 cm overduidelijk haar mannetje staat tussen bomen van kerels. Niet alleen in de grote keuken bij Van der Valk, waar ze “stoeit” met een paar stoere mannelijke koks, maar ook tijdens haar opleiding op het Arcus College. Ze heeft het toch maar mooi voor elkaar om vanuit een veilige omgeving op Adelante, de enorme sprong in het diepe van Arcus te overleven. Door te vertrouwen op haar eigen vrijheid, wist ze met haar verschijning en haar houding enige empathie te kweken bij haar docenten en medestudenten. Samen met deze kanjers mocht ze dan ook op dinsdag 16 april haar diploma niveau 1 ondertekenen. Wederom een stap in de volgende richting, gebaseerd op eigenwaarde en geloof in zichzelf. Haar vrijheid zorgt er steeds weer voor dat ze haar onmogelijkheden omzet in mogelijkheden, ook als ze daar een omweg voor moet nemen.

Jongste kent deze vrijheid ook. Niet zozeer in het volgen van een opleiding, maar wel in het zich durven presenteren binnen verschillende vormen van uitdagingen. Ik zie hem afgelopen week nog gaan, richting survivalkamp. Een puber in opmars, met een ietwat slungelig lijf, maar met één doel voor ogen: de uitdaging voor hemzelf aan te durven gaan. De vrijheid in zichzelf zorgde ervoor dat de week, samen met hoofdbegeleider Marcel Coenen, een ware overwinning werd op alle gebied. Met rode wangen van trots en moeheid kruipt hij een week later in zijn eigen bed, tussen zijn regiment knuffels. Want ook dat is vrijheid: je bed als puber nog steeds durven vullen met zachte, aaibare bondgenoten.

Jammer genoeg zien wij in ons gezin ook dat het niet altijd vanzelfsprekend is dat onvoorwaardelijke steun van ouders genoeg is om de vrijheid in jezelf te vinden. Middelste worstelt nog met – in haar ogen – vele onmogelijkheden. Ze heeft voor zichzelf nog niet helder, hoeveel makkelijker het zou zijn om vrij te mogen bewegen in die eigen geaccepteerde wereld.

Fascinerend om te zien dat 74 jaar na de bevrijding het nog steeds niet vanzelfsprekend is dat de gehele mensheid onvoorwaardelijk kan genieten van vrijheid. Als moeder blijf ik daarom geregeld stilstaan om samen met mijn kinderen het belang van vrijheid, op welke manier dan ook, te bespreken. Hiermee hoop ik ook mijn middelste uiteindelijk een sprankje kracht mee te geven, zodat ook zij die deur naar vrijheid durft te openen.

De klim binnen een unieke blauwdruk

Wie binnen de juiste omgeving een plek krijgt, floreert en klimt zijn eigen weg omhoog.

Als moeder van drie pubers verbaas ik me nog geregeld over de diversiteit, die ik elke dag weer voorbij zie komen. Drie kinderen met veel overeenkomsten, mede door dezelfde genetische afwijking, maar evenzoveel unieke eigenschappen. Drie kinderen die ik datgene binnen de opvoeding heb kunnen bieden, waardoor ze hun identiteit leerden kennen en in staat zijn geworden dit ook uit te bouwen.

Toen de kinderen jong waren en we nog veel meer verweven waren in onduidelijkheden, vergeleek ik de oudste twee meiden geregeld met elkaar. Niet alleen het feit dat ze van hetzelfde geslacht zijn, speelde een rol, maar zeker ook hun leeftijdsverschil van slechts 17 maanden. Ik kwam er door de jaren heen achter, hoe verschillend ze echt waren en hoe belangrijk het was om ze binnen dezelfde opvoeding een plek te geven, waarin ze zichzelf zouden vinden. Voor de jongste, een jongen, bleek dit net wat makkelijker te zijn. Mede door het feit dat hij van een ander geslacht was.

Nu de meiden de puberleeftijd van 16 en 18 hebben bereikt en jongste alweer 14 is, herken ik steeds beter hoe waardevol die eigen plek is geweest en nog steeds is voor de identiteit van de kinderen. Ze floreren ieder op hun eigen manier, ongeacht op welk niveau ze zich ook ontwikkelen. Een gegeven waar ik binnen de opvoeding prat op ga. Waar ik dagelijks tijd voor uittrek om binnen mijn gezin de waarde van elke persoon apart te benadrukken. Zo wil ik ervoor zorgen dat de zwakste schakel niet het gevoel heeft minderwaardig te zijn.

Gelukkig heb ik door zelfinzichten ontdekt, dat er eigenlijk geen sprake is van een zwakste schakel. De vergelijkingen tussen kinderen zijn eerlijk waar niet te maken, zeker als je binnen de opvoeding uitgaat van de uniekheid van een kind. En wat is dan zwak? Elk kind in mijn gezin floreert – naar mijn mening – in de omgeving, waarin ouders, docenten en assistenten klaarstaan om in te spelen op de behoeftes, die het kind op dat moment heeft. Of dat nou op het praktijkonderwijs van jongste is, op vmbo van middelste of op mbo-niveau 1 van oudste. Maar dat ieder kind daar vervolgens wel op een andere manier mee omgaat, is dan weer gerelateerd aan het eigen karakter.

Dit laatste werd me duidelijk toen jongste me meenam naar de open dag op Adelante. Nog niet eerder was ik op een open dag van Adelante: de behoefte voor mij en voor de meiden was er niet eerder geweest. Jongste daarentegen kondigde al dagen van tevoren aan dat hij op de desbetreffende zaterdag echt wel naar de open dag wilde. Herkende ik hierin een behoefte? Ja, al werd het me dat pas echt duidelijk toen hij als een trotse pauw door de gangen recht op zijn doel afging. Zijn klas, zijn juf, zijn trainingen van groen, techniek en koken. Het passeerde allemaal de revue. Jongste sluisde me feilloos door het hele gebouw heen, langs muren vol creatieve uitingen en klaslokalen met bekende en voor mij onbekende docenten. Wat was het geweldig! Ik voelde zoveel trots, dat ik niets anders kon dan de waarde van deze omgeving op me laten inwerken. Dat de plek, waar jongste onderwijs volgt, belangrijk voor hem was, wist ik. Dat hij floreert, vrienden heeft en geniet van het type onderwijs, wist ik ook, maar dat deze dag voor mij zo bijzonder werd, had ik niet van tevoren kunnen bedenken.

De uren die ik vanuit een ander perspectief doorbracht op Adelante, zorgden voor een bewustwording waar ik blij van werd. De weerspiegeling van kracht, van geluk en van identiteit zag ik steeds weer voorbijkomen, waar jongste me ook naar toe trok. Tevreden kon ik constateren dat mijn opvoeding bij hem de juiste vruchten aan het afwerpen was.
Echter, ik zou Adelante te kort doen als ik deze ontwikkeling puur en alleen op mijn opvoeding zou betrekken. De omgeving, die ik bied, is uiteindelijk ook verweven met de omgeving, die de docenten van Adelante bieden. Samen met hun kijken en luisteren we naar onze kinderen om zo te kunnen aansluiten bij de volgende tree in de ontwikkeling. Hun behoefte thuis is anders dan de behoefte op school, maar het maakt wel dat kinderen één worden met datgene waar ze gelukkig van worden.

Als een trotse mama, met een uitgeputte zoon, verlaat ik na een paar uur het terrein van Adelante. Wat heeft jongste me weer prachtige inzichten gegeven, door me mee te nemen op dit nieuwe avontuur. Waar niet alleen zijn afdeling aan bod kwam, maar ook het Adelante college aan de overkant, waar het rijk van zijn jongere zus heerst. Om de plek te willen zien, waar zijn zus zo ontzettend gelukkig is.
Twee kinderen uit één gezin, met elk hun eigen karakter, behoeftes en passie. Die elk in een andere omgeving floreren en de trappen beklimmen van toekomstig geluk. De plek, die het best past bij hun eigen unieke blauwdruk.

 

 

 

 

Elke tweede maandag van de maand blog ik over de ontwikkelingen van mijn kinderen, waarvan de jongste twee onderwijs volgen op Adelante.

Rouwen? Het mag!

Wat is het een opluchting om te mogen rouwen. Om mijn gevoelens niet te hoeven wegduwen, maar bij me te openbaren als een onderdeel van mijzelf. Een meesterlijk gevoel van vrijheid en berusting overspoelt me. Ik heb me in maanden niet zo geweldig gevoeld!

In een eerdere blog sprak ik al over levend verlies. Over het feit dat ik rouw voelde, maar dat nergens echt kon bespreken. Dat het lastig is voor de mensen om mee heen, die toch vaak geen raad weten met deze gevoelens en mij het liefste willen oppeppen. Toch is het voor mij als persoon van wezenlijk belang om het rouwen te mogen voelen, te kunnen delen met dierbaren en er openlijk verdrietig om te mogen zijn. Zo leer ik om te gaan met het levende verlies en zal ik steeds minder last ervan hebben.

Door alles wat er afgelopen jaren gebeurde in mijn gezin, is het niet makkelijk om aan jezelf toe te komen. Zeker omdat de stabiliteit van de zorgomgeving niet altijd te garanderen is. Zo staan er al maanden allerlei veranderingen op stapel, waar ik behoorlijk veel last van heb. Het verstoort mijn ritme, waardoor momenten om aan mezelf te sleutelen steeds verdwijnen. Toch zorgen de veranderingen ook voor ruimte, waardoor ik zomaar ineens aan de tafel plaats kon nemen naast mijn vaste maatschappelijk werkster. Een steunpunt, waar ik mee kan sparren als het over de kinderen gaat, maar evenzoveel als het om mij als moeder en Sandarijn gaat. En dat voelt als een open deur, waardoor het sleutelen voor even wat makkelijk gaat.

Maar hoe graag ik ook open wil staan voor alle gevoelens, die bij me boven komen drijven, de uitdagingen in mijn gezin putten me geregeld uit. De zorg kent veel verschuivingen en door een strenger beleid, is de bureaucratische papierwinkel steevast een onderdeel, waar ik als moeder onze ziel en zaligheid in mag verwoorden. Geen leuk werkje, kan ik je garanderen en behoorlijk confronterend. Echter, de volgende aanpassing staat alweer te popelen om in ons gezin binnen te dringen, waardoor het voor mij lastig is echt stil te staan bij de gevoelens van rouw. Dus hoe graag ik het zelf ook wil, de wereld van de zorg kent een overdaad aan sprintmomenten. Elke dag opnieuw, in meer en mindere mate.

Hoe fijn is het dan om soms even op adem te komen bij een professional die haarfijn aanvoelt wat ik als moeder en als Sandarijn nodig heb. Die mij een spiegel voorhoudt als ik de antwoorden niet vind, die ik graag wil hebben op mijn vragen. Vragen die tijdens elk kruispunt in ons leven gelijk staan aan confrontaties, verwerkingen, rouw en nieuwe ingangswegen. Vragen die me leiden naar andere steunpunten, maar ook naar verliespunten, bij mijn gezin en bij mijzelf.

Want ook verlies bij mijzelf is aan de orde als ik het heb over rouw. Vanaf de geboorte van mijn kinderen hebben zowel Paul als ik pogingen ondernomen om ons gezin zo normaal mogelijk op te voeden. Echter, we hadden te maken met een heel regiment aan hulpverleners. Mensen die vanuit hun professie absoluut wilden meedenken, maar vaak niet konden samenwerken. Naast dit en alle wettelijke regelingen en de stugheid van de maatschappij (sorry) kregen we amper tijd om trots te mogen zijn op onze kinderen. Het verweven worden met de medische zoektocht zorgde voor een regelrecht kader van stempeltjes, voor de kinderen, maar ook voor ons.  Het syndroom was zo zeldzaam dat we al snel een gezin werden, waar de wetenschap van zou smullen. Daar stak ik dus vlug een stokje voor: tenslotte hebben mijn kinderen een syndroom, maar zijn ze het niet!

Het kwaad geschiedde gedurende de eerste jaren, waarin het hele proces van mogelijkheden en onmogelijkheden in kaart werd gebracht. Het zorgde voor veel verwarring. Er was zoveel onduidelijk, dat we wekelijks aanschoven bij een professional. Godzijdank is het tegenwoordig een stuk duidelijker. Door alle gesprekken raakte ik mijn identiteit als Sandarijn kwijt. De medische zoektocht kostte mij mijn baan en verbond me tot in het diepst van mijn ziel met het syndroom. Ik was moeder van drie zorgkinderen en zo werd ik vervolgens ook alleen maar gezien. Overigens is het zelfs anno 2019 moeilijk om niet te blijven hangen in de interesse alleen voor de kinderen. Zuchtend probeer ik de omgeving ook te overtuigen van mijn zijn. Ook hier is duidelijk sprake van rouw.

Na jaren onder een vergrootglas te hebben gelegen, kwam er rust in onze situatie. Relatieve rust, want de zorg is er nog steeds, al verschuiven de vragen en onduidelijkheden zich naar een meer volwassen gebied. Door de jaren ben ik gaan wennen aan elk nieuw gezicht, aan de vele nieuwe regelingen en de wegen vol zand, waar we maar moeizaam op vooruit kwamen. Dat we nog steeds te pas en te onpas het blik aan medische feiten en ontwikkelingen moeten opentrekken, zal horen bij de verstrenging van het bureaucratische beleid en bij het feit dat professionals nou eenmaal graag van baan veranderen. Daarnaast zijn onze kinderen geen jonge kinderen meer, maar stevig op weg naar volwassenheid.

De rust, die over me heen kwam, zorgde wel voor meer ruimte. Ruimte om op zoek te gaan naar mijzelf. Naar Sandarijn, die meer te bieden heeft dan alleen het moederschap. Die prat gaat op rouwverwerking, zelfcompassie en het verwerven van diepgang en inzichten om ook het leven van Sandarijn inhoud te geven. En hoe luchtig ik ook kan vertellen over onze hele situatie, het is vaak niet zo makkelijk als het lijkt. Zonder de stabiliteit van ons kaartenhuis, zou mijn leven een groot chaotisch tafereel zijn. Om alle touwtjes in handen te kunnen houden, heb ik behoorlijk wat spierkracht voor ontwikkeld.

Het gevoel dat er ergens diep van binnen rouw aanwezig is, werd me snel duidelijk. Echter, ik had blijkbaar iemand nodig die precies de vinger op de zere plek wist te benoemen. En dat gebeurde dus gister. Na zoveel jaar kon ik eindelijk de erkenning voelen, waar ik op zoek naar was. Rouwen, het mag er dus gewoon zijn.

Vol opluchting huppelde ik de hal uit naar mijn auto. De woorden uit het gesprek in mijn rugzak. Ze geven me weer nieuwe ruimte om een laatje in mezelf te mogen openen. Waar gevoelens van rouw en verdriet klaarliggen om te delen. Om mee te nemen op mijn levenspad en om te groeien naar een nieuwe dimensie. Rouwen. Hoera! Het mag.