Een podium voor mezelf.

Hoe mooi is het als je een podium zowel letterlijk als figuurlijk voor jezelf weet te creëren. Ik deed het na veel te lang in de orkestbak te hebben doorgebracht.

Als puber was ik al heel onzeker. Net als elke puber twijfelde ik over mijn uiterlijk, maar vooral mijn afwijkende visie op het leven zorgde voor veel eenzaamheid. Naarmate ik ouder werd, ontdekte ik dat het leven makkelijker was als ik me op de bank van oppervlakkigheid vleide en diep wegkroop in de kussens van één zijn met de ander. Mijn eigen mening en manier van denken, veegde ik voor het gemak steeds vaker onder de vloermat.

Jammer zou je denken. Jazeker, dat was het ook. Echter de maatschappij en mijn onzekerheid dwong me als het ware mee te deinen op de gemeenschappelijke golven. Dat ik daarmee mijn persoonlijkheid wegcijferde, wrong als een te kleine schoen. Het stond haaks op wat ik echt voelde en wat ik als persoon wilde uitstralen. De massa lonkte en daarmee bewandelde ik toentertijd het meest makkelijke pad, Dat ik steeds verder verwijderd werd van mezelf, begreep ik toen nog niet.

Mede door mijn huwelijk durfde ik stapje voor stapje weer een beetje van mezelf te laten zien. De dreiging van de buitenwereld vervaagde door de liefde, die ik kreeg van mijn man en later ook van mijn kinderen. De geboorte van hen leverde in eerste instantie een behoorlijke terugval. Door de confrontatie met hun zeldzame syndroom kwam ik weer oog in oog te staan met een afwijkende groei en ontwikkeling. Iets waar ik zelf geen goede ervaringen mee had. Het verdriet dat ik voelde, was zwaar, maar zorgde uiteindelijk weer voor hernieuwde kracht. Overigens had ik die hard nodig: tenslotte was en is het niet makkelijk om de kinderen een plek te kunnen bieden in een maatschappij, die veelal gericht is op de perfecte maakbaarheid van het leven.

2018 was voor mij een jaar van uitdagingen. De ziekte kanker, kon ik, mede door mijn schrijfvaardigheden, een plek bieden. Hij werd naast Albright syndroom in de vitrinekast gezet. Veilig opgeborgen, maar wel in het zicht: tenslotte horen ze beiden bij ons leven. De sluier, die ik door de jaren heen over mij heentrok, kon ik door de vele uitdagingen langzaam maar zeker laten verdwijnen. Stapje voor stapje werd ik weer dat meisje met haar eigen ideeën en visie op hoe zij de wereld wilde ontdekken. De puzzelstukjes bleken steeds beter in elkaar te passen, waardoor ik niet alleen mijzelf ging begrijpen, maar ook snapte waarom ik zo één was met de eigenzinnigheid van jongste zoon. Hij weerspiegelde met zijn gedrag datgene, waar ik al jaren onbewust naar op zoek was: doen wat ik als persoon denkt te moeten doen, zonder inmenging van de buitenwereld.

De plek in de orkestbak heb ik verlaten. Door alle nieuwe persoonlijke ontdekkingen kroop ik door de maanden heen het podium op. Een plaats waar ik weerspiegelde wie ik wil zijn. De kwetsbaarheid, die ik meegaf door een boek over mijn gevoelens te schrijven, zorgde voor een openbaring bij mezelf. En natuurlijk had ik in het begin de neiging gillende terug in de orkestbak te kruipen, maar de standvastigheid waarmee ik de wereld toetrad, zorgde ervoor dat ik op die houten planken bleef staan. Ik presenteerde tot twee keer toe voor een zaal van mensen en ik groeide. Ik solliciteerde naar een functie als ambassadeur van Parkstad Limburg theaters en ik werd als één van de tien gekozen. Ik klom op een paard, reisde af naar kamp Auschwitz en deed vooral veel waar ik zin in had. Als klap op de vuurpijl mocht ik mezelf op de kaart schrijven als redacteur van Parkstadactueel.

Mijn bucketlist, die ik twee jaar geleden ontwikkelde en zwart op wit liet drukken in mijn boek, is de leidraad waarmee ik mezelf over dat podium laat bewegen. Mijn angsten kijk ik tegenwoordig recht in de ogen en al is het allemaal niet zonder bloed, zweet en tranen, de kracht om mijn eigen visie uit te dragen wordt met de dag groter. En dat er zich altijd en overal een criticus in de zaal bevindt, is een gegeven waarmee ik zal moeten leren leven.

2019 staat te trappelen voor de deur. Ik sluit een zeer intensief jaar naar tevredenheid af. Elke maand van 2018 kende een ongekende glinstering, die ikzelf creëerde. Dat de liefde van mijn gezin, (schoon)ouders en vrienden daar een grote rol in speelde, mag en wil ik niet bagatelliseren. Echter ik mag ook niet verwaarlozen hoeveel energie het mezelf heeft gekost om uit te durven dragen wat ik als persoon graag wil. Dat het mijn wereld is, die ik bewandel en dat het uiteindelijk een proces is waar niemand je echt bij kan helpen.

Ik heb een symbolisch podium voor mezelf gecreëerd. Een podium waarop ik mijn uitdagingen graag vorm wil geven, maar vooral mezelf zie staan. En dat de zaal niet altijd enthousiast zal zijn over mijn openheid en performance is een vaststaand feit. Zolang ik maar een diepe buiging naar mezelf kan maken, is het podium een waardevolle plek om mijn levenspad te blijven presenteren.

De stilte van Auschwitz

Maar waarom dan Auschwitz? Waarom juist naar die plek, waar zoveel haat en wreedheden liggen. Die vraag is me de afgelopen periode geregeld gesteld. Elke keer weer verantwoordde ik me met veel genoegen. Het bracht me namelijk steeds een stapje dichter bij datgene, dat ik hoopte te ontdekken.

Het zand kraakt onder mijn voeten. Ik ben net met velen naast me onder de toegangspoort van Auschwitz gelopen. “Arbeit macht Frei”, staat er groot te lezen. Een van de propagandateksten, waarmee de moed in het kamp hoog werd gehouden. De buitenwereld mocht tenslotte van niks weten…Ik ril. Polen kent met deze herfst een buitengewoon mooi seizoen, dus van de kou kan het niet zijn. Het zand, de stenen. Ze laten me wankelen. Het lopen is letterlijk zwaar, maar ik merk het niet. Ik loop op de grond, waar praktisch 77 jaar geleden ook mensen liepen, maar dan in totaal andere omstandigheden. De weg maakt me stil. De voetstappen echoën in de open buitenlucht en verder is het stil. Doodstil.

Haat voor “anders” is voor mij een beladen begrip. Ook het feit dat ik moeder ben van een gezin met “beperkte mogelijkheden” zet me geregeld aan het denken. Vooral de gebeurtenissen in WOII intrigeren me terdege. De keus om een plek te bezoeken, die zo verweven is met de gruwelheden, die anno 1940 ook betrekking zouden hebben gehad op mijn gezin, is wat mij betreft zo gemaakt.

Ik kan er met mijn hart niet bij. Mijn hoofd ziet het en weet het. Maar dan houdt het op. Ik loop langs de vitrines vol met brillen, afgeknipte vlechten, schoenen, koffers en andere persoonlijke spullen. Achtergelaten, gevonden. Documenten en foto’s. Door de laatste gevangenen als bewijsmateriaal vakkundig weggemoffeld. Barakken met zakken stro. Slaapplekken voor 700 mensen, verdeeld over houten plankjes, uitgeput, ziek en hongerig wachtend op wat de ochtend weer zou brengen. Begrenzingen met prikkeldraad en hoge voltages. Een verlaten wagon op de selectieplaats. De plaats waar een duim van een hoge SS officier zorgde voor een allesbepalend lot. Uitgestrekte velden vol menselijk as…

Ik zie het allemaal, maar voel het niet. Nog niet. Het sijpelt langzaam binnen. Echter de tijdsdruk om door beide kampen te lopen is groot. Te groot. Het stoort me. Ik wil niets liever dan blijven staan en het tot me door laten dringen. Weten doe ik het wel, maar voelen….Ik word meegesleurd in de grootte van het aantal bezoekers. Steeds mag er een beperkt aantal groepen naar binnen. We lopen symbolisch als kuddes achter elkaar.

Onze gids heeft een keus gemaakt om ons de meest wezenlijke verhalen te laten zien en horen. De verhalen raken me, vanzelfsprekend. Ze verwarren me ook, zoals haat me altijd verward heeft. Joden, Duitse homoseksuelen, politieke gevangenen, vrouwen, kinderen, intellectuelen, gehandicapten en criminelen. Zij behoorden tot het publiek dat vernietigd moest worden. En waarom?

Het is mijn bestemming. Altijd al geweest en nu weet ik waarom. De ernst van de situatie dringt langzaam tot me door. Ik had daar ook gestaan met mijn gezin als ongewenst element, in het ongewisse over hetgeen wat ons te wachten stond. Uitgeput en met een drukkende pijn op mijn borst verlaat ik de plek. Diep van binnen wil ik niet weg van hier. Het was te kort en ik heb nog zoveel vragen. Er is nog zoveel wat ik niet weet of begrijp. Met tegenzin stap ik dan ook in de bus. De schemer valt in en ik laat Auschwitz achter.

Terwijl ik zoek naar de juiste woorden, voel ik hoe verschrikkelijk moeilijk het gevoel over te dragen is. Ik kan het niet uitleggen, aangezien de plek daar in Polen niet te verklaren is. Het is met geen woord te beschrijven, hoe diep van binnen je uiteengerukt kan worden en in mijn geval niet alleen door het geheel aan informatie en documentatie.

Dankbaar sluit ik thuis mijn gezin in mijn armen. Hun vrijheid is anno 2018 een gouden gegeven. Ik kan alleen maar de bewustwording overdragen, dat we allemaal de keus hebben om in echte vrijheid te mogen leven. Want ook al zal de wereld in begrenzingen blijven regeren, ik weet uit de verhalen van Auschwitz- overlevenden dat de echte vrijheid in je eigen gedachten zit. Hierdoor zijn we stuk voor stuk in staat zijn om elkaar de vrijheid te gunnen, die nodig is om de gebeurtenissen uit Auschwitz nooit en te nimmer meer te herhalen.

 

Uit respect voor de velen die in Auschwitz hebben geleden, plaats ik geen foto’s van persoonlijke bezittingen.

Zingen is durven

Hoe wonderbaarlijk. Het zal zo’n 20 jaar geleden zijn dat ik een vurig verlangen had om mijn stem te ontwikkelen. Na lang aarzelen, ondergetekende is namelijk nooit een hele snelle vogel geweest, trok ik de stoute schoenen aan en gaf mezelf bloot aan een proefles zang. Het enige dat ik me daarvan kan herinneren, was de passionele stroom, die na het zingen door mijn lijf trok.

Ik was, denk ik, ver in de twintig en langzaamaan begon ik mijn leven in te vullen met dromen, die ik al van jongs af aan had. Zingen was daarin het absolute hoogtepunt. Nadat ik jaren meegezongen had in het schoolkoor, optredens vervulde in een georganiseerde show en de doucheruimte geregeld gebruikte als proefruimte, wilde ik niets liever dan me verder ontwikkelen om ooit- in een verre toekomst – op de planken te durven staan. Tja, want het willen was nooit een probleem, maar het durven des te meer. Tenslotte stel je jezelf wel bloot aan een kritische specialist.

Nu het leven me aardig begint in te halen, moet ik beamen dat het toentertijd slechts bij die ene proefles is gebleven. De durf om in mijn chaotische wereld echt voor mezelf en mijn dromen te kiezen, sneeuwde onder in een grote hoeveelheid aan smoezen en excuses. En eerlijk is eerlijk, ik ben er nog steeds een kei in. Wat is makkelijker om jezelf weg te cijferen, zodat je niet oog in oog hoeft te staan met jezelf. Dat ik in één ruimte zou staan met iemand, die me “beoordeelde” hielp in deze zeker niet mee.

Mijn redding bleek uiteindelijk mijn oudste dochter. Haar onbezonnenheid en grote spontaniteit straalt een durf uit, waar ik in mijn dromen nog niet mee in aanraking kom. Na een stroeve start in groep 1, ontwikkelde zij zich als een onbedwingbaar podiumbeest. En man, wat kan ik daar van genieten! Soms ben ik zelfs een beetje jaloers op hoe makkelijk zij in het leven staat, zonder enige vorm van gene of angst.

De laatste 4 jaar kwam zij via een vorm van dagbesteding in aanraking met Musical Unlimited. Ze deelde haar spontaniteit met een aantal vergevorderde leerlingen en groeide al snel uit tot een verleerd musicalster. Haar solopartijen werden o.a. begeleid door Gwen Moust, zangdocent aan Schunck te Heerlen. Het plan om haar zangles te laten nemen, was niets meer dan het invullen van mijn eigen droom. Alleen dan op gepaste afstand. Gelukkig wilde oudste dochter niets liever.

Vorig jaar maakten we voor haar dan ook de keus om zangles te nemen. Een gouden keus en niet alleen voor haar. Ik heb nog nooit zoveel ontwikkeling gezien binnen een korte periode. Het ontging me niet dat het zingen behoorlijk wat losmaakte bij mij. Vaak huilde ik tranen met tuiten als zij een uitvoering had, geraakt door alles wat haar stem teweegbracht. Echter, ergens diep van binnen huilde ik ook om mijn eigen gemis.

Het plezier dat oudste dochter steeds maar weer uitstraalde, haalde me langzaam maar zeker over de drempel, om die ene droom, ook voor mezelf te durven vervullen.
Beetje bij beetje, want ja die snelheid zit er zelfs na al die jaren nog niet in, durf ik weer te zingen, ook in het openbaar. Ik verruilde de badkamer voor de woonkamer en later zelfs voor een optreden in een verzorgingstehuis. De energie die toen loskwam, zorgde voor een boost waar ik weken op kon teren. Nu moest het er toch van komen…Helaas. Het heeft nog een dik jaar gekost om mezelf te overtuigen dat zangles onlosmakelijk veel fun zou kunnen opleveren.

Moederdag 2018. Schunck presenteerde een fantastische aanbieding, in de vorm van drie proeflessen muziek. Dankzij de overredingskracht van manlief, dochter en een blik vriendinnen, mocht ik mezelf drie proeflessen zang cadeau doen. Al schuifelend dwong ik mezelf nu eindelijk die felbegeerde stap te zetten. Het laatste duwtje ontving ik van oudste dochter: zij nam me mee en deelde de 30 minuten zangles van haar. Het leverde fantastische momenten op.

Zo mam en nu kun je het alleen, moet ze vervolgens gedacht hebben. Haar zangdocent werd ook mijn zangdocent. Lekker veilig.  Ja, als ik dan toch de stap moet zetten, dan liever in een omgeving, waar ik me enigszins vertrouwd voel. Zingen is blootgeven en alhoewel ik mijn plek al aardig veroverd heb in het wijkkoor, is het nemen van zangles toch net even een ander dingetje.

Maar goed. Na twee intensieve proeflessen, het zweet brak me aan alle kanten uit, nam ik buiten adem de dappere beslissing om voor de komende 10 weken mijn dromen gestalte te geven in de vorm van zangles. Ik hoop, diep in mijn hart,  dat ik net zoveel plezier mag gaan beleven aan het zingen als mijn oudste dochter doet en dat ik mijn durf om mag gaan zetten in de kracht en emotie van mijn stem.

Sinds mijn diagnose heb ik een bucketlist opgesteld, waar ik actief mee aan de slag ben. Zangles nemen was één van de felbegeerde punten.