Auschwitz: vrijheden in onze gedachten

Voor vandaag, voor de Internationale Herdenkingsdag voor de Holocaust.

Op 27 januari 1945 werd Auschwitz bevrijd door het Russische Rode leger. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in totaal anderhalf miljoen- voor het grootste deel Joden-naar Auschwitz gedeporteerd. Zo’n 1.1 miljoen werd direct bij aankomst doodgeschoten of vergast. Toen eind 1944 het Russische Rode leger steeds dichterbij kwam, ontstond er paniek, waardoor de nazi’s begonnen met het systematisch opheffen van Auschwitz. Documenten werden vernietigd, gaskamers opgeblazen en ruim 6000 gevangen liepen een dodenmars richting Duitsland. Bewijs moest zoveel mogelijk vernietigd worden. Auschwitz is sinds 1947 een symbool geworden voor de vernietigingskampen, waar zovelen het leven lieten.

Op 14 november 2018 bezocht ik Auschwitz. Het stond al geruime tijd op mijn lijst van levenservaringen. Maar waarom dan Auschwitz? Waarom juist naar die plek, waar zoveel haat en wreedheden samenkomen. Die vraag werd me dan ook geregeld gesteld. Elke keer weer verantwoordde ik me met veel genoegen. Het bracht me namelijk steeds een stapje dichter bij datgene, dat ik in Polen hoopte te ontdekken.

Het zand kraakt onder mijn voeten. Ik ben net met velen naast me onder de toegangspoort van Auschwitz gelopen. “Arbeit macht Frei”, staat er groot te lezen. Een van de propagandateksten, waarmee de moed in het kamp hoog werd gehouden. De buitenwereld mocht tenslotte van niks weten…Ik ril. Polen kent deze herfst een buitengewoon mooi seizoen, dus van de kou kan het niet zijn. Het zand, de stenen. Ze laten me wankelen. Het lopen is letterlijk zwaar, maar ik merk het niet. Ik loop op de grond, waar zoveel jaar geleden de mensheid liep, veelal op weg naar de massale vernietiging. De weg maakt me stil. De voetstappen echoën in de open buitenlucht en hoeveel mensen er ook met me meelopen, de stilte in het kamp is indrukwekkend.

Haat is voor mij een beladen begrip. Ik snap niks van Jodenhaat, net zomin als ik niet begrijp waarom we überhaupt de mens moeten haten om het anders zijn. Het feit dat ik moeder ben van drie kinderen met een syndroom, maakt me bang en trots tegelijk. Bang omdat de mensheid al eerder een visie op inferioriteit heeft moeten doorstaan, maar tevens trots en bewust van de vrijheid waarin we anno 2019 leven. Hierdoor kan ik alleen maar concluderen dat de plek, waar zoveel mensen door haat het leven lieten, een plek is die ik met eigen ogen moet aanschouwen.

Voor de poort van Auschwitz lijk ik te bevriezen. Ik word overdonderd door de enorme hoeveelheid bezoekers. Veel Palestijnen met vlaggen over hun schouders en een Keppel op hun hoofd. Eenmaal binnen word ik kalm. De drukte is er wel, maar ik heb er in eerste instantie geen last van. De aanblik van kamp 1, volledig intact, grijpt me bij mijn keel en ik kan er met mijn hart niet bij. Mijn hoofd ziet het en mijn geest weet het. Maar dan houdt het op. Ik loop langs de vitrines vol met brillen, afgeknipte vlechten, schoenen, koffers en andere persoonlijke spullen. Achtergelaten, gevonden. Documenten en foto’s. Door de laatste gevangenen als bewijsmateriaal vakkundig weggemoffeld. Barakken met zakken stro, waar mensen als sardientjes in een blik uitgeput over elkaar in slaap vielen, wachtend op de dood door de barre hygiënische omstandigheden. Hoge hekken met prikkeldraad en hoge voltages. Crematoria en een gaskamer. Stilte in mijn hart.

Wat is het onwerkelijk. Dat ik anno 2018 langs de rails loop, waar Joden hun afschuwelijke lot binnenreden. Dat ik kilometers loop over zangwegen, waar zo’n 75 jaar geleden moeders met kinderen, ouderen en inferieuren de weg naar de gaskamers liepen. Waar een SS-officier de macht had om zonder al te veel woorden over het lot van velen te beschikken. Afschuwelijke gedachten, die ik tijdens het bezoek aan kamp II, Birkenau met me meedraag. En ook al zie ik in dit tweede kamp veelal ruïnes, het is duidelijk dat Auschwitz-Birkenau een hel op aarde was. Uitgeput loop ik samen met mijn groep terug, vaak over uitgestrekte velden vol menselijk as.
Ik zie het allemaal, maar voel het niet. Ik stoor me aan de tijdsdruk, die elke bezoeker krijgt opgelegd. De verhalen die ik via de gids hoor, raken me diep, verwarren me en zetten me aan het denken. Maar mijn geest wil meer. Ik wil het voelen, begrijpen, een plek geven. Ik wil dan ook niets liever dan blijven staan en het tot me door laten dringen. Helaas moet ik in rap tempo meelopen, wil ik de gids blijven volgen en niet verstrikt raken in de andere groepen, die vlak achter ons lopen. Ik voel een mate van paniek. De verwarring van de haat, die hier radicaal opgelost werd, maakt me onrustig en verdrietig. Joden, Duitse homoseksuelen, politieke gevangenen, vrouwen, kinderen, intellectuelen, gehandicapten en criminelen. Zij behoorden tot het inferieure ras dat vernietigd moest worden. Waarom? Met een drukkende pijn op mijn borst verlaat ik Auschwitz. Ik stap – enigszins met tegenzin-in de bus, die me naar mijn hotel in Krakau brengt. Ik heb nog zoveel vragen. Er is nog zoveel dat ik niet begrijp.

Waarom? Ik krijg er zoals bij veel waaromvragen geen antwoord op. Auschwitz, het is mijn bestemming. Altijd al geweest en nu begin ik beetje bij beetje te begrijpen waarom. Heel zwart-wit behoort mijn gezin ook tot een inferieur ras. Ook ik had samen met mijn kinderen de weg moeten lopen richting gaskamers. Niet omdat we Joods zijn, maar wel omdat we niet perfect waren door onze medische achtergrond. Terwijl ik dit schrijf, zoek ik naar de juiste woorden. Het frustreert me dat het zo verschrikkelijk moeilijk is om mijn gevoel over te dragen. Ik kan het niet uitleggen, aangezien Auschwitz niet uit te leggen is. Het is met geen pen te beschrijven, hoe diep van binnen je uiteengerukt kan worden en in mijn geval niet alleen door het geheel aan informatie en documentatie.

Eenmaal thuis, sluit ik dankbaar mijn gezin in mijn armen. Hun vrijheid is anno 2019 een gouden gegeven. Ik kan alleen maar de bewustwording overdragen, dat we allemaal de keus hebben om in echte vrijheid te mogen leven. Want ook al zal de wereld in begrenzingen blijven regeren, ik weet uit de verhalen van Auschwitzoverlevenden dat de echte vrijheid in je eigen gedachten zit.

Hierdoor zijn we stuk voor stuk in staat zijn om elkaar de vrijheid te gunnen, die nodig is om de gebeurtenissen uit Auschwitz nooit en te nimmer meer te herhalen.

Een podium voor mezelf.

Hoe mooi is het als je een podium zowel letterlijk als figuurlijk voor jezelf weet te creëren. Ik deed het na veel te lang in de orkestbak te hebben doorgebracht.

Als puber was ik al heel onzeker. Net als elke puber twijfelde ik over mijn uiterlijk, maar vooral mijn afwijkende visie op het leven zorgde voor veel eenzaamheid. Naarmate ik ouder werd, ontdekte ik dat het leven makkelijker was als ik me op de bank van oppervlakkigheid vleide en diep wegkroop in de kussens van één zijn met de ander. Mijn eigen mening en manier van denken, veegde ik voor het gemak steeds vaker onder de vloermat.

Jammer zou je denken. Jazeker, dat was het ook. Echter de maatschappij en mijn onzekerheid dwong me als het ware mee te deinen op de gemeenschappelijke golven. Dat ik daarmee mijn persoonlijkheid wegcijferde, wrong als een te kleine schoen. Het stond haaks op wat ik echt voelde en wat ik als persoon wilde uitstralen. De massa lonkte en daarmee bewandelde ik toentertijd het meest makkelijke pad, Dat ik steeds verder verwijderd werd van mezelf, begreep ik toen nog niet.

Mede door mijn huwelijk durfde ik stapje voor stapje weer een beetje van mezelf te laten zien. De dreiging van de buitenwereld vervaagde door de liefde, die ik kreeg van mijn man en later ook van mijn kinderen. De geboorte van hen leverde in eerste instantie een behoorlijke terugval. Door de confrontatie met hun zeldzame syndroom kwam ik weer oog in oog te staan met een afwijkende groei en ontwikkeling. Iets waar ik zelf geen goede ervaringen mee had. Het verdriet dat ik voelde, was zwaar, maar zorgde uiteindelijk weer voor hernieuwde kracht. Overigens had ik die hard nodig: tenslotte was en is het niet makkelijk om de kinderen een plek te kunnen bieden in een maatschappij, die veelal gericht is op de perfecte maakbaarheid van het leven.

2018 was voor mij een jaar van uitdagingen. De ziekte kanker, kon ik, mede door mijn schrijfvaardigheden, een plek bieden. Hij werd naast Albright syndroom in de vitrinekast gezet. Veilig opgeborgen, maar wel in het zicht: tenslotte horen ze beiden bij ons leven. De sluier, die ik door de jaren heen over mij heentrok, kon ik door de vele uitdagingen langzaam maar zeker laten verdwijnen. Stapje voor stapje werd ik weer dat meisje met haar eigen ideeën en visie op hoe zij de wereld wilde ontdekken. De puzzelstukjes bleken steeds beter in elkaar te passen, waardoor ik niet alleen mijzelf ging begrijpen, maar ook snapte waarom ik zo één was met de eigenzinnigheid van jongste zoon. Hij weerspiegelde met zijn gedrag datgene, waar ik al jaren onbewust naar op zoek was: doen wat ik als persoon denkt te moeten doen, zonder inmenging van de buitenwereld.

De plek in de orkestbak heb ik verlaten. Door alle nieuwe persoonlijke ontdekkingen kroop ik door de maanden heen het podium op. Een plaats waar ik weerspiegelde wie ik wil zijn. De kwetsbaarheid, die ik meegaf door een boek over mijn gevoelens te schrijven, zorgde voor een openbaring bij mezelf. En natuurlijk had ik in het begin de neiging gillende terug in de orkestbak te kruipen, maar de standvastigheid waarmee ik de wereld toetrad, zorgde ervoor dat ik op die houten planken bleef staan. Ik presenteerde tot twee keer toe voor een zaal van mensen en ik groeide. Ik solliciteerde naar een functie als ambassadeur van Parkstad Limburg theaters en ik werd als één van de tien gekozen. Ik klom op een paard, reisde af naar kamp Auschwitz en deed vooral veel waar ik zin in had. Als klap op de vuurpijl mocht ik mezelf op de kaart schrijven als redacteur van Parkstadactueel.

Mijn bucketlist, die ik twee jaar geleden ontwikkelde en zwart op wit liet drukken in mijn boek, is de leidraad waarmee ik mezelf over dat podium laat bewegen. Mijn angsten kijk ik tegenwoordig recht in de ogen en al is het allemaal niet zonder bloed, zweet en tranen, de kracht om mijn eigen visie uit te dragen wordt met de dag groter. En dat er zich altijd en overal een criticus in de zaal bevindt, is een gegeven waarmee ik zal moeten leren leven.

2019 staat te trappelen voor de deur. Ik sluit een zeer intensief jaar naar tevredenheid af. Elke maand van 2018 kende een ongekende glinstering, die ikzelf creëerde. Dat de liefde van mijn gezin, (schoon)ouders en vrienden daar een grote rol in speelde, mag en wil ik niet bagatelliseren. Echter ik mag ook niet verwaarlozen hoeveel energie het mezelf heeft gekost om uit te durven dragen wat ik als persoon graag wil. Dat het mijn wereld is, die ik bewandel en dat het uiteindelijk een proces is waar niemand je echt bij kan helpen.

Ik heb een symbolisch podium voor mezelf gecreëerd. Een podium waarop ik mijn uitdagingen graag vorm wil geven, maar vooral mezelf zie staan. En dat de zaal niet altijd enthousiast zal zijn over mijn openheid en performance is een vaststaand feit. Zolang ik maar een diepe buiging naar mezelf kan maken, is het podium een waardevolle plek om mijn levenspad te blijven presenteren.