Vrijheid in jezelf

Zoals elk jaar stond ik, samen met mijn partner en onze kinderen, ook dit jaar op 4 mei twee minuten stil. Stil bij het feit dat vrijheid nooit eerder zo in het gedrang kwam als in WO2. Stil bij het feit dat de mensheid op basis van uiterlijk, ras of ontwikkeling in vrijheid geschonden werd. Iets waar ik me persoonlijk niks bij kan voorstellen.

Als mens geniet ik van de pluriforme maatschappij, waarin we mogen leven. Dat mijn kinderen onderdeel hiervan zijn, maakt me trots als moeder. Elke dag weer geniet ik van de uniekheid van mijn drie mensjes, die zich langzaam tot mooie en kleurrijke persoonlijkheden ontwikkelen. Allemaal anders in hun hoedanigheid en juist daarom zo interessant. Mogen zijn van jezelf, wie je bent, ongeacht je huidskleur, je afkomst of je geaardheid, is wat mij betreft de vrijheid waar we met z’n allen op zoek naar zijn. Dat ik als moeder deze basis kan versterken door onvoorwaardelijke steun en liefde te geven, is de positieve bijdrage waar ik als opvoeder op hoop.

Afgelopen maand zag ik bij twee van mijn kinderen een voorbeeld van absolute vrijheid. Mijn oudste dochter, die met haar 1.55 cm overduidelijk haar mannetje staat tussen bomen van kerels. Niet alleen in de grote keuken bij Van der Valk, waar ze “stoeit” met een paar stoere mannelijke koks, maar ook tijdens haar opleiding op het Arcus College. Ze heeft het toch maar mooi voor elkaar om vanuit een veilige omgeving op Adelante, de enorme sprong in het diepe van Arcus te overleven. Door te vertrouwen op haar eigen vrijheid, wist ze met haar verschijning en haar houding enige empathie te kweken bij haar docenten en medestudenten. Samen met deze kanjers mocht ze dan ook op dinsdag 16 april haar diploma niveau 1 ondertekenen. Wederom een stap in de volgende richting, gebaseerd op eigenwaarde en geloof in zichzelf. Haar vrijheid zorgt er steeds weer voor dat ze haar onmogelijkheden omzet in mogelijkheden, ook als ze daar een omweg voor moet nemen.

Jongste kent deze vrijheid ook. Niet zozeer in het volgen van een opleiding, maar wel in het zich durven presenteren binnen verschillende vormen van uitdagingen. Ik zie hem afgelopen week nog gaan, richting survivalkamp. Een puber in opmars, met een ietwat slungelig lijf, maar met één doel voor ogen: de uitdaging voor hemzelf aan te durven gaan. De vrijheid in zichzelf zorgde ervoor dat de week, samen met hoofdbegeleider Marcel Coenen, een ware overwinning werd op alle gebied. Met rode wangen van trots en moeheid kruipt hij een week later in zijn eigen bed, tussen zijn regiment knuffels. Want ook dat is vrijheid: je bed als puber nog steeds durven vullen met zachte, aaibare bondgenoten.

Jammer genoeg zien wij in ons gezin ook dat het niet altijd vanzelfsprekend is dat onvoorwaardelijke steun van ouders genoeg is om de vrijheid in jezelf te vinden. Middelste worstelt nog met – in haar ogen – vele onmogelijkheden. Ze heeft voor zichzelf nog niet helder, hoeveel makkelijker het zou zijn om vrij te mogen bewegen in die eigen geaccepteerde wereld.

Fascinerend om te zien dat 74 jaar na de bevrijding het nog steeds niet vanzelfsprekend is dat de gehele mensheid onvoorwaardelijk kan genieten van vrijheid. Als moeder blijf ik daarom geregeld stilstaan om samen met mijn kinderen het belang van vrijheid, op welke manier dan ook, te bespreken. Hiermee hoop ik ook mijn middelste uiteindelijk een sprankje kracht mee te geven, zodat ook zij die deur naar vrijheid durft te openen.

Rouwen? Het mag!

Wat is het een opluchting om te mogen rouwen. Om mijn gevoelens niet te hoeven wegduwen, maar bij me te openbaren als een onderdeel van mijzelf. Een meesterlijk gevoel van vrijheid en berusting overspoelt me. Ik heb me in maanden niet zo geweldig gevoeld!

In een eerdere blog sprak ik al over levend verlies. Over het feit dat ik rouw voelde, maar dat nergens echt kon bespreken. Dat het lastig is voor de mensen om mee heen, die toch vaak geen raad weten met deze gevoelens en mij het liefste willen oppeppen. Toch is het voor mij als persoon van wezenlijk belang om het rouwen te mogen voelen, te kunnen delen met dierbaren en er openlijk verdrietig om te mogen zijn. Zo leer ik om te gaan met het levende verlies en zal ik steeds minder last ervan hebben.

Door alles wat er afgelopen jaren gebeurde in mijn gezin, is het niet makkelijk om aan jezelf toe te komen. Zeker omdat de stabiliteit van de zorgomgeving niet altijd te garanderen is. Zo staan er al maanden allerlei veranderingen op stapel, waar ik behoorlijk veel last van heb. Het verstoort mijn ritme, waardoor momenten om aan mezelf te sleutelen steeds verdwijnen. Toch zorgen de veranderingen ook voor ruimte, waardoor ik zomaar ineens aan de tafel plaats kon nemen naast mijn vaste maatschappelijk werkster. Een steunpunt, waar ik mee kan sparren als het over de kinderen gaat, maar evenzoveel als het om mij als moeder en Sandarijn gaat. En dat voelt als een open deur, waardoor het sleutelen voor even wat makkelijk gaat.

Maar hoe graag ik ook open wil staan voor alle gevoelens, die bij me boven komen drijven, de uitdagingen in mijn gezin putten me geregeld uit. De zorg kent veel verschuivingen en door een strenger beleid, is de bureaucratische papierwinkel steevast een onderdeel, waar ik als moeder onze ziel en zaligheid in mag verwoorden. Geen leuk werkje, kan ik je garanderen en behoorlijk confronterend. Echter, de volgende aanpassing staat alweer te popelen om in ons gezin binnen te dringen, waardoor het voor mij lastig is echt stil te staan bij de gevoelens van rouw. Dus hoe graag ik het zelf ook wil, de wereld van de zorg kent een overdaad aan sprintmomenten. Elke dag opnieuw, in meer en mindere mate.

Hoe fijn is het dan om soms even op adem te komen bij een professional die haarfijn aanvoelt wat ik als moeder en als Sandarijn nodig heb. Die mij een spiegel voorhoudt als ik de antwoorden niet vind, die ik graag wil hebben op mijn vragen. Vragen die tijdens elk kruispunt in ons leven gelijk staan aan confrontaties, verwerkingen, rouw en nieuwe ingangswegen. Vragen die me leiden naar andere steunpunten, maar ook naar verliespunten, bij mijn gezin en bij mijzelf.

Want ook verlies bij mijzelf is aan de orde als ik het heb over rouw. Vanaf de geboorte van mijn kinderen hebben zowel Paul als ik pogingen ondernomen om ons gezin zo normaal mogelijk op te voeden. Echter, we hadden te maken met een heel regiment aan hulpverleners. Mensen die vanuit hun professie absoluut wilden meedenken, maar vaak niet konden samenwerken. Naast dit en alle wettelijke regelingen en de stugheid van de maatschappij (sorry) kregen we amper tijd om trots te mogen zijn op onze kinderen. Het verweven worden met de medische zoektocht zorgde voor een regelrecht kader van stempeltjes, voor de kinderen, maar ook voor ons.  Het syndroom was zo zeldzaam dat we al snel een gezin werden, waar de wetenschap van zou smullen. Daar stak ik dus vlug een stokje voor: tenslotte hebben mijn kinderen een syndroom, maar zijn ze het niet!

Het kwaad geschiedde gedurende de eerste jaren, waarin het hele proces van mogelijkheden en onmogelijkheden in kaart werd gebracht. Het zorgde voor veel verwarring. Er was zoveel onduidelijk, dat we wekelijks aanschoven bij een professional. Godzijdank is het tegenwoordig een stuk duidelijker. Door alle gesprekken raakte ik mijn identiteit als Sandarijn kwijt. De medische zoektocht kostte mij mijn baan en verbond me tot in het diepst van mijn ziel met het syndroom. Ik was moeder van drie zorgkinderen en zo werd ik vervolgens ook alleen maar gezien. Overigens is het zelfs anno 2019 moeilijk om niet te blijven hangen in de interesse alleen voor de kinderen. Zuchtend probeer ik de omgeving ook te overtuigen van mijn zijn. Ook hier is duidelijk sprake van rouw.

Na jaren onder een vergrootglas te hebben gelegen, kwam er rust in onze situatie. Relatieve rust, want de zorg is er nog steeds, al verschuiven de vragen en onduidelijkheden zich naar een meer volwassen gebied. Door de jaren ben ik gaan wennen aan elk nieuw gezicht, aan de vele nieuwe regelingen en de wegen vol zand, waar we maar moeizaam op vooruit kwamen. Dat we nog steeds te pas en te onpas het blik aan medische feiten en ontwikkelingen moeten opentrekken, zal horen bij de verstrenging van het bureaucratische beleid en bij het feit dat professionals nou eenmaal graag van baan veranderen. Daarnaast zijn onze kinderen geen jonge kinderen meer, maar stevig op weg naar volwassenheid.

De rust, die over me heen kwam, zorgde wel voor meer ruimte. Ruimte om op zoek te gaan naar mijzelf. Naar Sandarijn, die meer te bieden heeft dan alleen het moederschap. Die prat gaat op rouwverwerking, zelfcompassie en het verwerven van diepgang en inzichten om ook het leven van Sandarijn inhoud te geven. En hoe luchtig ik ook kan vertellen over onze hele situatie, het is vaak niet zo makkelijk als het lijkt. Zonder de stabiliteit van ons kaartenhuis, zou mijn leven een groot chaotisch tafereel zijn. Om alle touwtjes in handen te kunnen houden, heb ik behoorlijk wat spierkracht voor ontwikkeld.

Het gevoel dat er ergens diep van binnen rouw aanwezig is, werd me snel duidelijk. Echter, ik had blijkbaar iemand nodig die precies de vinger op de zere plek wist te benoemen. En dat gebeurde dus gister. Na zoveel jaar kon ik eindelijk de erkenning voelen, waar ik op zoek naar was. Rouwen, het mag er dus gewoon zijn.

Vol opluchting huppelde ik de hal uit naar mijn auto. De woorden uit het gesprek in mijn rugzak. Ze geven me weer nieuwe ruimte om een laatje in mezelf te mogen openen. Waar gevoelens van rouw en verdriet klaarliggen om te delen. Om mee te nemen op mijn levenspad en om te groeien naar een nieuwe dimensie. Rouwen. Hoera! Het mag.