Dromen nastreven

Het is gelukt! een voor mijn doen redelijk scherp artikel met een beetje zelfspot. En dat in 500 woorden. Toch is het schrijven voor een magazine nog even niet aan mij besteed.

Welke droom zou je diep in je hart nastreven? Ik ben me bewust van de impact die deze vraag op me heeft. Hij staat al vrij lang bovenaan mijn bucketlist. Maar nu ik ook voor de keus sta om antwoord te geven op deze vraag, slaat het angstzweet toe.

Een droom nastreven. Het lijkt zo aanlokkelijk, ware het niet dat ik een groot trauma bij me draag. Een diepgewortelde angst om te moeten presteren. Zodra ik ook maar aan mijn water voel dat er ergens een kans opduikt om mijn droom te verwezenlijken, word ik een regelrechte muts. Mijn maag draait nog net niet om, mijn oksels beginnen lichtelijk vochtig te raken en ik begin als een ongeleid projectiel door het huis te banjeren. Mijn kinderen trekken hun schouders op en nemen me op dat moment totaal niet serieus: ze kennen hun moeder ondertussen.

En ook ik herken de signalen. In tegenstelling tot mijn kinderen neem ik mezelf wel serieus. Tenslotte is het nastreven van dromen geen appeltje-eitje. Het is in mijn beleving een zeer serieuze zaak, die weloverwogen genomen moet worden. Ik heb net wat te vaak mogen meemaken dat ik als een impulsief stuiterballetje ergens indook, om vervolgens met het schaamrood op mijn kaken moeten bekennen dat ik eerst beter had moeten nadenken.

Dus zo ook gistermiddag. Mijn droom om voor een magazine te kunnen schrijven kwam zomaar op mijn pad. Het lag voor mijn voeten: ik hoefde alleen maar een scherp artikel van slechts 500 woorden te tikken, vol met zelfspot en actualiteit. Hoe makkelijk kan het zijn? Niet dus. Voor mij als rasechte faalangstvallige schijtlaars gaat het dan helemaal mis. Het wordt een zaak van onsamenhangende gedachten, van angsten, van smoezen, maar vooral van onrust en opbouwende redenen om het toch vooral niet te hoeven doen. En dat, terwijl het een droom is die bovenaan mijn bucketlist staat!

Na een paar keer hard in mijn kussen te hebben geschreeuwd. Een paar vuisten kapot te hebben geslagen op een muur, hoe zinloos, ik weet het en drie keer hard de trappen op en neer gehold, plofte ik buiten adem en met een rode kop van de inspanning op de bank. Hoe krijg ik het voor elkaar om op een dag als gisteren, als de mussen van het dak vallen, me zo te laten kennen.

Tja. Blijkbaar was mijn diepgewortelde angst even losgeschoten. Ik moest door mezelf heen om de beste beslissing te kunnen nemen: ik doe het niet! Ik wil nu nog niet voor een blad schrijven. Ik heb afgelopen maanden zo hard aan mezelf geschaafd. Ik heb grenzen overschreden, keuzes gemaakt en Sandarijn een klein beetje leren kennen. Laat ik daar nou eerst maar eens van genieten.

Dromen nastreven blijft wat mij betreft nog even in het vat zitten. Het vat vol mooie opdrachten, die ergens wel weer komen bovendrijven. Voorlopig wil ik nog gedijen in de verzameling stoere ervaringen die ik opgedaan heb. Waar ik aan gewend ben en waar ik rustig nagenietend op kan blijven dobberen.

Ohana sisters for Charity

Een label opgeplakt krijgen. In sommige gevallen lijkt het een verademing te zijn: eindelijk is er een naam voor het pakketje dat jou tot jou maakt. Natuurlijk zorgt ’t labelen naast opluchting ook voor veel verdriet, zeker als het gaat om een diagnose, die je wereld op de kop zet.

Paulien in Italië

Na 4 jaar lang onderzoeken kreeg mijn hoofdpersoon haar diagnose. Haar 19e verjaardag werd één met een uitzonderlijk slecht scenario: het labeltje zorgde voor een ziekte waar geen medicijn voor is. Uit haar verhalen weet ik hoe heftig dit voor haar en haar familie was, maar ik heb haar door de jaren heen leren kennen als een ontzettend krachtig persoon, die door haar persoonlijkheid en haar woorden de rode loper voor zichzelf uitlegt en geniet van het leven.

Ik heb het over Paulien Vogelzang. Ook zij is ambassadeur van Stichting Energy4all, net als ik. Daarnaast is zij hoofdredacteur van het Energy4all magazine, dat 1 x per jaar verschijnt. Door haar labeltje Kearns Sayre syndroom kwam ze in aanraking met prof. Smeitink. Een beroemdheid binnen de mito families. Een persoon die door zijn enorme inzet op handen wordt gedragen. Altijd klaar om zoveel mogelijk vragen te beantwoorden, maar ook met gebogen hoofd moet toegeven hoeveel tijd, energie en geld het kost om de volgende stap te zetten in de ontwikkeling van dat hoopgevende medicijn.

Ondanks dat het leven ook zijn moeilijke momenten kent: een baan bij een baas zit er helaas niet in, blijft Paulien zich inzetten om aandacht te vragen voor de mitochondriële ziektes. Zo heeft ze haar passie gevonden in het vrijwilligerswerk voor Energy4all. Ook als dat betekent dat ze met verwaaid haar, vermoeide ogen en in rolstoel ten tonele moet verschijnen. Juist hierdoor krijgen steeds meer mensen grip op de vaak onzichtbare beperkingen die de ziekte met zich meebrengt.

Onzichtbare bijzonderheden, zoals ik het liever zou willen benoemen, sieren Paulien. En alhoewel deze bijzonderheden te vaak verkeerd worden geïnterpreteerd door de buitenwacht, heeft Paulien er ondertussen een olifantenhuid door gekregen en is een voorbeeld geworden voor veel jongere Mitovriendjes, zoals ze het elke keer weer mooi verwoord. Mito is een afkorting voor mitochondriële ziektes. En dat is juist de wereld waar Paulien de scepter zwaait.

De ervaring van ziek zijn en verkeerd begrepen worden is een les, die ze aan de buitenwereld wil meegeven: plak nooit zomaar een label op mensen. Maar ook de wil en kracht om iets van haar leven te maken is overduidelijk aanwezig. Het besef wat echt waardevol in het leven is, leert ze ontdekken door de moeilijke situaties die ze op haar pad tegenkomt. Haar lijf wil dan wel niet altijd meer meewerken, maar haar geest is nog scherp als altijd!

Gelukkig heeft Paulien een heel team om zich heen die met haar meedenkt en voor haar zorgt, waar nodig is. Want ondanks haar slechte prognose laat Paulien de wereld zien wat geluksmomenten kunnen zijn. Zodra ze als ambassadeur van stichting Energy4all haar column schrijft, spat de energie van het blad. Het is duidelijk dat ze haar lot heeft geaccepteerd en niet kijkt naar wat niet (meer) kan, maar wat juist wel nog mogelijk is.

In september gaat ze dan ook weer samen met een team meedoen aan het ondertussen beroemde Forza4Energy4all in Italië. Dappere mannen en vrouwen gaan de drie bergen Gavia, Mortirolo en Stevio beklimmen. Dat gebeurt per fiets, wandelen of rennend. Paulien zelf kan de lichamelijke inspanning niet aan, maar er zijn genoeg vrijwilligers die voor haar team Forza4Paulien willen meedoen. Deze helden worden op verschillende manieren gesponsord, want tenslotte is dat één van de doelen: geld inzamelen voor dat ene levensbelangrijke medicijn, waar Paulien en haar lotgenoten zo op hopen.

Ohana sisters

Een bijzonder initiatief waar de zussen en schoonzussen van Paulien een belangrijke rol in spelen. Naast zussen en schoonzussen zijn ze mama, tante en vriendinnen, die op hun creatieve manier iets willen betekenen in de strijd, die Paulien met haar ziekte moet leveren. Met Ohana-sisters for Charity bedenken en maken ze eigen creaties, die ze verkopen om zo stichting Energy4all te steunen en daarmee ook Paulien een gezamenlijk hart onder de riem te steken.

De creaties zijn bijzonder door de verschillende thema’s die ze steeds weer gebruiken. Marit, Rianne, Hester en Paulien zijn als @ohanasisters te volgen op Facebook en Instagram. Hun aandacht voor kinderen en volwassenen met een mitochondriële ziekte is hartverwarmend.

Deze blog draag ik dan ook met liefde op aan hun als familie. “Ohana means family and family means nobody gets left behind…of forgotten”

https://www.facebook.com/Ohanasisters/

Als ambassadeur van Stichting Energy4all probeer ik op mijn manier aandacht te vragen voor deze ongeneeslijke ziekte. In een van mijn vorige blogs vertelde ik over mijn Muze Noa Theunissen, die ook het label mitochondriële ziekte kreeg opgeplakt. Hij is mijn inspirator gebleken om te gaan schrijven.

Wil je ook op één of andere manier Stichting Energy4all een hart onder de riem steken, neem dan eens een kijken op de facebookpagina van Ohanasisters of ga naar de website van Energy4all.

Zeeland is thuiskomen

Schijt hebben aan alles. Ik kan het steeds beter. Mijn leven wordt met de dag lichter, puur omdat ik door de omstandigheden binnen ons leefkader geleerd heb dat het geen zin heeft om verder dan het nu te kijken.

En nu is nu. Vandaag is goud en nieuw. (volgens de spreuk van goeiezin.com) Goud door de sprankeling van ontdekkingen en nieuw omdat het niet eerder door mij gezien is.

Panta Rhei* een oude Griekse uitdrukking die zegt dat alles stroomt. Het leven is een constante stroom van verandering.

En vandaag blijkt echt goud te zijn. Een laatste dag uit een sprankelende zomervakantie. Een vakantie waarin we onze structuren vergaten en genoten van de verrassingen die op ons pad kwamen. De agenda vulde zich alleen maar met spontane activiteiten, buiten de structurele immuuntherapie van Paul. Echter, deze activiteit is als t meubilair binnen ons gezin. Daar raakt niemand meer van onder de indruk.

En zo was daar ook ineens Panta Rhei. In een vorige eeuw schreef ik een nog niet eerder gepubliceerde blog over de invloed van deze Griekse uitdrukking. Waar ik de betekenis vergeten was, kwam de naam van het zonovergoten terras precies op het juiste moment in mijn vizier: ik moest me toch een partij plassen. Laat t stromen moet ik gedacht hebben. We maken van dit feit een voordeel en achter de glazen wand proostten we met elkaar op het leven van constante veranderingen.

We proostten op de zon. Op de stralen die ervoor zorgden dat we konden gaan kamperen. We keken naar de hoge pijpen van het windorgel in Vlissingen en zonder het bespreekbaar te hoeven maken, luisterden we naar de klanken, die melodisch over de zee dansten. Er gingen minuten voorbij. Ik viel van de ene in de andere verbazing. Want ook de prachtige zeemeeuwen- die mij leerden om rustig op een plek te blijven- hoorden ondertussen tot ons gezelschap. Hun indringende blik zorgde voor een verwondering, waar je U tegen zegt.                               

 

 

 

 

We proostten op een gezellige traditie, ontstaan uit de behoefte om meer tijd met elkaar door te brengen.

De laatste dagen van de zomervakantie staan sinds vorig jaar gereserveerd. Kamperen met opa en oma. Vorig jaar in Trier. Dit jaar in Zeeland. In Biggekerke konden we terecht op een minicamping naast de prachtige boerderij en manage van oom Guus en tante Jacqueline. Ik ging mee als chauffeur. Ik sliep bewust niet op de camping, maar in het appartement dat hoort bij de boerderij van mijn oom en tante. Zo gaf ik mezelf de kans om tot rust te komen. Om de laatste gesprekken van de hematoloog goed in me op te nemen, maar ook om mijn drie pubers de tijd te geven ongegeneerd een potje te kaarten zonder die bemoeizuchtige blik van een moeder. Hun hart maakte dan ook een sprongetje als ik tegen de avond aanstalten maakte de camping te verlaten: nu konden ze eindelijk met opa een portie worstjes soldaat maken, meer dan eigenlijk geoorloofd is. Maar wat heet: het is vakantie en dan hebben moeders geen zeggenschap.

 

Zodra ik tegen 22:00 de camping afliep, overviel de duisternis en stilte me. De stilte voordat ik de nacht in ging. Het bezorgde me kippenvel, maar ook een intense beleving waarin ik aan mezelf overgeleverd was. Ik zette de radio bewust niet aan, waardoor de ruimte zich langzaam kon vullen met trillende mantra’s, die ik voor mezelf op zei. De nachten waren donker, maar rustgevend. En die kraaiende haan…ach, dan draaide ik me nog maar eens om, om vervolgens een paar uur later door de eerste zonnestralen wakker gekieteld te worden. Het waren even mijn momenten, zonder dat er iemand op mijn schouder tikte. Momenten waarin de stilte oorverdovend was, maar een privilege waar ik zo van kon genieten. Om vervolgens fris en fruitig aan het ontbijt voor de tent te kunnen verschijnen. Want dat was de afspraak: opa bakte spiegelei met spek. De hele camping zat te stralen als de geur van versgebakken eieren over de camping vloeide.

De kinderen hadden de tijd van hun leven. Kamperen is vrijheid. De tent is slechts een middel om de nacht door te brengen, maar het kamperen zelf is een gemeenschappelijk goed, dat kinderen ongeacht hun leeftijd samenbrengt. De  Zeeuwse buitenlucht zorgde voor een gezonde honger, op elk moment van de dag en de frisse zeewind waaide alle zorgen van dat moment weg. Er werd gezwommen in zee, krabjes gezocht, over palen gelopen, namen geschreven in zand en genoten van de pogingen om de vlieger de lucht in te krijgen. Het spel van wind en zeil was een genot om naar te kijken. Een valwind, later die dag maakte een eind aan de zwoele temperatuur. We kropen die avond dan ook dicht bij elkaar. Tjonge wat een kou. Gelukkig stond mijn bedje in een warm huisje.

 

Naast de zee, de wind en het strand kent Zeeland ontzettend veel oude dorpen. Veere en Vlissingen kennen hun oorsprong al uit 1500. Oude meuk, zoals mijn pubers schouderophalend zeiden. Ik daarentegen stond watertandend te mijmeren over een teletijdmachine die me een blikje zou gunnen in de geschiedenis van Nederland.

Maar laten we de kinderen niet te veel vervelen met oude gebouwen en drukke havens. Ze wilden paardrijden! En laten we in Zeeland daarvoor aan het juiste adres zijn. Een begrip als je de bordjes langs de kant moest geloven. Ook mijn oom en tante hebben een eigen manege. Manege de IJslander is ondertussen overgenomen door mijn nicht, maar door haar drukbezette strandritten neemt oom Guus het graag over en neemt de kinderen mee in de jeep om samen de paarden te zadelen en klaar te maken voor weer een nieuwe rit. Ook een rondje op de tractor over de velden bleek een aangename verrassing. Ik geloof dat ik jongste volgend jaar maar eens een week laat logeren bij oom Guus.

De vakantie is voorbij. Niet alleen het kamperen heeft de juiste toon gezet, maar ook de rest van de vakantie was een herinnering die ik nooit meer vergeet. Zeeland was thuiskomen, Amsterdam en Rotterdam een nieuwe uitdaging en onze eigen omgeving een ware ontdekking op het gebied van wandelen. Vakantie is mijn vorm van Carpe diem gebleken.

Gehavende haven

Onderstaande blog is geschreven een week of twee na de laatste bestraling. Deze onrustige tijden hebben lang aangehouden en heel af en toe overvallen ze me in mijn slaap.(juni 2017)

Ik open mijn ogen en vlieg. Ik vlieg over een oceaan van mogelijkheden. Luid gillend van plezier sla ik mijn vleugels uit, totdat ik in mijn enthousiasme weer te hoog gegrepen heb. Als een veertje dwarrel ik richting het woeste water van de oceaan. In mijn hand mijn lijstje van dromen en wensen.

Ik schrik wakker, wild met mijn armen om me heen maaiend. Boos omdat mijn fantastische droom letterlijk in het water dreigde te vallen. Waarom ontwaken en weer doorvaren in de realiteit van gehavende boten, drijvend op woeste golven met een wild kompas?

Mijn droom weerspiegelt genadeloos de toestand waarin ik na de laatste bestraling geregeld verkeer. Het lijkt wel alsof het kwartje nu pas gevallen is. Alsof ik nu pas ruimte krijg om te gaan realiseren en te verwerken. Als een dood vogeltje strijk ik denkbeeldig over mijn verfomfaaide vleugels en wanhopig probeer ik ze met tranen in mijn ogen weer glad te strijken. Wat wil ik graag weer vliegen! Ik ben het zat om in die woeste oceaan opgeslokt te worden.

De warmte van die week dwingt me tot het nemen van een verkwikkende douche. En alhoewel mijn vleugels veel zwaarder aanvoelen, nu ze overspoeld zijn door een stortbak, heeft het water me weer fris gemaakt. De gehavende boot laat ik achter in een klein haventje en mijn kompas stel ik bij met een schroevendraaier. Zo makkelijk is het dus om te denken in mogelijkheden. Mijn vleugels zullen vast en zeker op mijn pad ook ergens droog geföhnd worden.

De kaarten langs de trap herinneren me elke dag aan de kracht die ik tijdens de bestraling had. De kracht om mijn wensen te blijven uitspreken, maar ook de kracht die anderen mij te bieden hadden door een simpelweg spontane attentie. Glimlachend loop ik tree voor tree naar beneden en strijk langs het perkamenten deel van woorden. Een twinkeling trippelt langs mijn vingers.

Woorden! Ik ben een mens van woorden. Ze brengen me zoveel vreugde in mijn leven, maar roepen ook momenten van frustratie op. Niet omdat ik de woorden niet weet te vinden, maar wel omdat ik te veel mensen om me heen laat struikelen over de inhoud die ik elke keer weer beschrijf. Mijn woorden zijn niet geboren om de wereld te veroveren. Iets wat ik stiekem natuurlijk gewoon een keer hoop. Waar ik absoluut niet in de grote massa wil meelopen, voelt het hebben van een eigen stijl toch heel eenzaam.

Nu mijn vleugels zo nat zijn voel ik me nog meer een gebonden, dan ik al was. Het is zo stil in mezelf dat ik geïrriteerd raak van het kloppen van mijn hart. Ik vind voorlopig geen rust om eens lekker op het toetsenbord van mijn computer los te gaan. Dat het uiteindelijk lukt, komt doordat ik de knop in mezelf op standje zachtjes heb gezet.

Blijkbaar brandt er ergens binnen in me nog een klein vuurtje, waardoor ik door de moedeloosheid van dit moment kan prikken. En zo wil ik het ook. Ik wil een formidabele verrassing zijn in de woorden die door mijn lezers gelezen worden. Ik wil van het scherm afspatten en niet alleen in uiterst zorgvuldig gekozen zinnen.

Het mogen momenten worden van regelmatige voorbijgangers, die spontaan blijven stilstaan en me zachtjes in het oor fluisteren dat ze benieuwd zijn naar mijn volgende avontuur.

Tree voor tree

De top bereikt!

Het was méér dan alleen een uitdaging: het beklimmen van de 500 treden bij het sportcomplex van Snowworld. Het was een uitdaging om mijn eigen kracht te leren kennen en niet alleen op het gebied van het lichamelijke. Ook mijn geestelijke kracht kon een manier van leven gebruiken, waarbij ik mezelf steeds weer een spiegel voorhield. Steeds weer dat besef dat er aandacht nodig is voor  lijf en geest.

Dat er een nieuwe klier gevonden werd in de maand maart was een dikke tegenvaller. Ik schakelde mijn gevoel uit, iets dat nodig was om me staande te houden in de achtbaan van onderzoeken en uitslagen. De bestraling doorliep ik niet zo makkelijk als ik soms deed voorkomen. Ik zocht elke dag slechts naar een kracht diep van binnen en probeerde me zo door de dagelijkse ritjes heen te slaan. Ik focuste me tijdens de bestraling op de plek, waar visueel duizend soldaatjes voor me klaarstonden om mee te helpen het lymfoom neer te sabelen. Het hele proces bleek een lastig gevecht. Doodmoe stortte ik dan ook na de 12e keer ineen.

De beklimming van mijn leven/treden Snow-world

Het was duidelijk dat ik nog steeds niet helemaal door had hoe ik de beklimming in mijn leven het beste kon aanpakken. Waar ik serieus na de laatste bestraling dacht dat ik het ergste gehad had, kwam ik mezelf de weken daarna keihard tegen. Het besef dat ik meer nodig had dan een klein beetje rust drong maar langzaam tot me door. Een ontstoken tekenbeet, de vele uren die ik tegenstribbelend doorbracht op de bank of in bed, de erfenis in de vorm van concentratiestoornissen en de blijvende moeheid van mijn lijf waren meer dan genoeg tekenen om stil te blijven staan bij de ziekte, die me overkwam. Want ook al hoort er bij deze vorm van kanker geen doodziek gevoel, het feit dat er ergens een foute celdeling had plaatsgevonden in mijn lijf had genoeg moeten zijn om de waarheid onder ogen te zien.

Door de weken van rust heen had ik tijd genoeg om tot de ontdekking te komen dat mijn verlangen naar uitdagingen ook zijn nadelen had.

Door steeds maar weer de uitdaging aan te willen gaan met het leven, kwam mijn lijf niet tot de rust, dat het wel degelijk nodig had om te herstellen. Dit besef vond ik verre van leuk. Er was naar mijn gevoel al zo weinig tijd om echte uitdagingen aan te gaan en nu werd ik beperkt hierin door mijn lijf. Dat dit eigenlijk al meer dan 20 jaar het geval was, heb ik nooit zo bekeken.

Dankzij de steun van mijn kinderen, mijn man en mijn ouders/schoonouders ontstond er uiteindelijk een nieuwe balans. Niet alleen werd er een team gevormd, die met mij de beklimming van de trappen zou aangaan, maar ook in het dagelijkse leven ondervond ik zoveel meer rust. De mens om mij heen, maar zeker in de laatste plaats ikzelf, had eindelijk door dat ondersteuning nodig was. Ze hielpen daar waar mogelijk was: hangmatten werden opgehangen, boeken in de bibliotheek gehaald, boodschappen gekocht, marktbezoeken ontdekt en ook het huishouden bleek ineens best een gezamenlijk pretje te zijn. Ook mijn eigen aandeel werkte positief. Een boek kon ook per hoofdstuk gelezen worden, naar boven gaan om te rusten werd gewoon geaccepteerd door de buitenwacht en de vraag om een klusje te doen werd niet puberaal afgewezen.

Komende dinsdag krijg ik twee maanden na de laatste bestraling de uitslag. Ik doe van alles om afleiding te zoeken, want diep van binnen ben ik onrustig. Duizend en één gedachten passeren de revue. Gelukkig heb ik dankzij de bestraling nog geregeld last van black-outs, dus de helft van de gedachten ben ik alweer kwijt. Maar zonder gekheid: van mij mag het dinsdagmiddag zijn, ongeacht de uitslag. Onzekerheid is zo’n vreselijk iets.

Elke tree kent vooruitgang

De trap van 500 treden heb ik vanochtend beklommen. Tree voor tree in een rustig tempo. Geen overdreven prestatiedrang, maar met het volle besef dicht bij mijn lijf.

Deze uitdaging is een voldongen feit. De start van het nieuwe besef is ook gemaakt. Mijn eigen bolletjestrui draag ik met grote trots, maar wel met de voorwaarde dat ook de beklimming van één tree een mooie vooruitgang is en dat er tijd genoeg is om de volgende trede dan pas te pakken, als lijf en geest eraan toe zijn.

Trots op mijn besef

 

 

 

Abrahammetje

Proficiat! Mijn trouwe Feyenoordaanhanger. Mijn oude Rotterdammertje en mijn liefste maatje. Wie had dat op 13 maart 2015 gedacht? Dat jij toch je 50e verjaardag zou halen en in Rotterdam met je gezin nieuwe herinneringen kon maken. Tenslotte liggen jouw roots in deze prachtige omgeving. Zo zie je maar dat je nooit verder moet kijken dan een dag lang is.

Roots…

 

 

 

 

 

 

De immuuntherapie die in januari 2016 ingezet werd heeft jou veel kwaliteit van leven gegeven. Dankzij deze laatste ontwikkeling hebben we ontzettend mooie en uitdagende momenten gekend. En daar genieten we elke dag een beetje meer van.

Deze vakantie vierden we jouw 50e verjaardag in Rotterdam. Geen toestanden, maar rustig opgaan in de voor jou zo bekende omgeving, was je diepste wens. Natuurlijk kregen bepaalde gebouwen een ereplekje op de foto!

Voordat we je op 8 augustus echt konden plagen met de bijnaam Abrahammetje, vierden we de verjaardag van onze dochter met een uitgebreid tuinfeest. Je had heel nadrukkelijk te kennen gegeven dat deze dag alleen voor jouw Puck zou zijn! Toch kreeg je dat weekend op een ludieke manier onder de neus gewreven dat het toch echt bijzonder was dat ook jij je Abraham zag. Vrienden schroomden niet om de kamer vol te hangen met bewerkte foto’s en alhoewel jij helemaal geen fan bent van verjaardag vieren schoot je toch stiekem vol bij het leuke aanzicht.

Een van de bewerkte foto’s
Mijmeren bij paal 50

 

 

 

 

 

 

Jouw geboortedag in Rotterdam stond in het teken van het nummer 50. Onze kinderen zochten zich wezenloos in die grote stad, maar uiteindelijk hebben we toch mooi in totaal 300 jaren bij elkaar gesprokkeld.

Na een onvergetelijke logeerpartij in de Kubuswoningen van Piet Blom kwamen we afgemat, maar voldaan thuis. De brievenbus lag vol met toepasselijke kaarten en bij het zien van de vele geweldige foto’s kon ik niets anders doen dan een blog wijden aan jou.

 

 

 

 

Lieve Abraham. Wat nu rest zijn fantastische herinneringen en een groot stuk Limburgse vlaai. Jouw 50e verjaardag heeft de aandacht gehad die het verdiende zonder al te veel uitbundige taferelen. Met een dikke knipoog zullen we de mosterd serveren bij de bitterballen en toosten met een goed glas bier.

Proost! Niet op die 50e verjaardag, maar wel op het leven!

Proost!
Geniet van elke dag!

 

Pfff…doseren

Weet je wat nou zo gek is? Veel te vertellen hebben en toch niet weten wat ik jullie wil melden. Welke boodschap wil ik met deze blog uitdragen?

Surfen op de golven van het leven

De vele indrukken van afgelopen dagen verdringen zich in mijn hoofd. Het lijkt de laatste uren wel een waar slagveld: elke indruk wil zich als haantje de voorste bekend maken om zeker te zijn van een plekje in mijn blog. Ik probeer mijn indrukken langzaam maar zeker te ordenen en me bewust te worden van datgene wat ik jullie wil vertellen. Dat we afgelopen dagen een fantastische tijd hebben gehad is één ding dat zeker is, dus wie weet kan ik dat gevoel stap voor stap aan jullie overbrengen.

de kubuswoningen van Piet Blom

Gisteravond zijn we thuis gekomen. De eerste was draaide de nacht al door en mijn bed rook toch net even wat meer vertrouwd dan de bedden in Stayokay. Toch is ons logeeradres een schot in de roos geweest. Door open te staan voor anders dan anders, zijn we beland op een plek waar jong en oud zich door elkaar beweegt. Waar jongeren uit andere landen elkaar treffen en gezinnen tegen een betaalbaar tarief op een centrale plek in de stad kunnen overnachten. Aan het gezamenlijk ontbijtbuffet kom je tijd tekort. De vele verschillende talen vliegen je om de oren en het gemêleerd gezelschap is een weerspiegeling van hoe een vakantie in Nederland ook kan zijn.

We sliepen twee nachten in de kubuswoningen van Piet Blom, midden in de stad Rotterdam met uitzicht op de prachtige markthal en de oude Laurenskerk. Tenminste dat was het plan. Wisten wij veel dat de pijler, waar de kubus op rustte ook gebruikt werd om te slapen. Missie “anders” liep hierdoor een beetje in de soep. Onze bedden stonden toevallig ook in de pijler en dus sliepen we gewoon recht toe, recht aan. Stiekem wel echt een teleurstelling. Wat hadden we ons verheugd op de scheve muren en ramen. In gedachten hadden we ons al volledig ingesteld op scheerlijnen en haringen om de boel vast te zetten. Echter, de realiteit was wat ontnuchterend. Zeker toen we een blik mochten werpen in de kijkkubus. De muren en ramen zijn weliswaar scheef, maar de bedden staan natuurlijk gewoon recht. Hoe maf is het om te zien hoe een woonkubus gerealiseerd is. Lijkt me een uitdaging waard!

De centrale plek en de ligging vanuit de gedachte van Piet Blom om een klein dorp midden in een grote stad te maken, maakte veel goed. De kneuterigheid van alle kubuswoningen bij elkaar zorgde voor een heel veilig idee in de grote stad Rotterdam.Ik heb dan ook besloten dat deze plek absoluut heeft bijgedragen aan weer een moment dat ons leven zo waardevol maakt.

 

 

 

 

 

Want waardevol is ons leven. De verschillende hindernissen die op ons pad kwamen hebben ons creatief gemaakt. Voor veel activiteiten hebben we alternatieven bedacht, zonder ook maar te hebben gemopperd. Door de momenten te pakken bleef de zon schijnen, ook al plensde het van de regen. Want ook dat is Nederland. Wisselvallig en nooit vertrouwen op buienradar. Onze regenjassen die we meegenomen hadden lagen dan ook braaf te wachten op onze logeerplek, terwijl we met z’n vijfjes een poging deden om onder 1 paraplu te kruipen. Ach wat, dat beetje regen dat speciaal viel op de 50e geboortedag van Paul deed ons niks. De Spido waarmee we door de haven van Rotterdam voeren was overdekt en ook het zicht vanuit de Euromast viel absoluut niet in het water. De helderheid van een zonnige dag zou weliswaar werken als een vergrootglas, maar door onze creatieve kijk konden we heel wat meer zien, dan een ander zou denken.

En daar gaat het kennelijk in het leven om. Kijken vanuit je eigen blik, zonder het te laten vertroebelen door wat dan ook. Gewoon “doen” is onze nieuwe motto! Er is namelijk altijd wel iets te bedenken waarom je het niet zou doen. Waarom niet drie dagen eerder richting schoonouders, waar altijd extra bedden klaarstaan waar we kunnen logeren. Waarom niet genieten van de mogelijkheid om een familiemoment in te lassen, als wij vanuit het Zuiden aanwezig zijn. Waarom niet de sprinter pakken naar Amsterdam, ook als er toevallig honderdduizend extra man aanwezig zijn voor de Amsterdam Parade. Waarom niet die 4 extra kaartjes voor de Johan Cruijffschaal aannemen, zodat je met 6 man sterk van je eigen familie het moment kunt beleven in de Kuip. Waarom niet tussen de vele Japanners ook toerist spelen en stiekem heel erg genieten van een indrukwekkend stukje Nederland. Het zijn van die voorbeelden die deze vakantie maakte tot wat hij was.

Elk jaar weer is de geboorteplek van mijn partner de ideale basis om wat extra leuke uitdagingen te creëren. Waar de polders heerlijke gebieden zijn om te wandelen. Waar nog zonder enig probleem bramen geplukt kunnen worden. Waar de mannen hand in hand staan en meebrullen met het lijflied van Feyenoord. Waar de meeuwen rondvliegen en het zilte zout van de zee blijft plakken aan je huid. Waar we uren kunnen borrelen onder het genot van een versgebakken visje en waar ik de ene na de andere persoonlijke opdracht kan afstrepen. Waar het gewoon DOEN is, zonder beperking.

Het waren misschien wel de meest intensieve dagen ooit deze vakantie. Maar man wat was het leuk! De indrukken blijven tollen in mijn hoofd, want dat beetje wat ik nu los geschreven heb is slechts een punt van de ijsberg. In praktisch alles wat ik zie, doe of beleef schuilt een flonkering. En het is amper tegen te houden. Zelfs het meest normale wordt speciaal als de vonk daadwerkelijk overspringt. En hoewel ik dan best moe ben, druist dat gevoel in tegen de enorme adrenaline die op dat moment giert door mijn lijf. Tot de volgende dag…Pff. doseren, wist ik maar hoe dat moest.

Proost!

 

 

 

 

 

Astrid Antonisse is een gemeenschappelijke vriendin. Zij is een dagje meegegaan in Rotterdam en heeft sommige foto’s gemaakt.